ECLI:NL:RBZLY:2007:BA8652
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering provisie op grond van onvoldoende onderbouwing agentuurovereenkomst
De zaak betreft een vordering van eiser tot betaling van €5.000 aan provisie op grond van een agentuurovereenkomst gesloten op 10 november 2004, waarbij eiser exclusief agent was voor Algerije en andere gebieden. Eiser stelde dat hij door zijn inspanningen meerdere contracten tot stand had gebracht, waaruit provisie voortvloeit.
FPI betwistte dat eiser daadwerkelijk contracten had gerealiseerd, met name in de genoemde gebieden en met specifieke partijen. Eiser leverde slechts algemene stellingen en een omvangrijk pakket niet-gespecificeerde, niet-vertaalde documenten zonder concrete verwijzingen.
De kantonrechter oordeelde dat deze onderbouwing onvoldoende was om de vordering te steunen. De stukken werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met goede procesorde. Ook de stelling dat FPI de bewijslast zou dragen werd verworpen. De vordering werd daarom afgewezen en eiser veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot betaling provisie afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.