ECLI:NL:RBZLY:2007:BA8780
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking tijdens lopende huurovereenkomst
AV vordert van BVB een vergoeding van € 272.400,00 wegens investeringen in verbouwingswerkzaamheden aan het gehuurde pand, stellende dat zij recht heeft op vergoeding op grond van ongerechtvaardigde verrijking omdat de huurovereenkomst per 1 juni 2005 zou zijn geëindigd.
BVB voert verweer dat de huurovereenkomst ondanks formele opzegging feitelijk is voortgezet en dat partijen een nieuwe huurovereenkomst zijn aangegaan die loopt tot 31 december 2008. Tevens stelt BVB dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een vergoeding rechtvaardigen en dat de verbouwing zonder schriftelijke toestemming is uitgevoerd.
De kantonrechter oordeelt dat een vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking pas kan ontstaan als de huurovereenkomst feitelijk en formeel is geëindigd en de huurder haar recht tot ongedaanmaking niet heeft uitgeoefend. Nu AV het gehuurde na 1 juni 2005 ononderbroken heeft gebruikt en partijen een nieuwe huurovereenkomst zijn overeengekomen, is er geen grond voor vergoeding.
Daarom wordt AV niet ontvankelijk verklaard in haar vordering en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: AV wordt niet ontvankelijk verklaard in haar vordering tot vergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking en veroordeeld in de proceskosten.