ECLI:NL:RBZLY:2007:BB0468
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst werknemer wegens bedrijfseconomische omstandigheden met toekenning billijke vergoeding
De werknemer verzocht de kantonrechter om ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst met Algra Mocca vanwege een verstoring van de arbeidsrelatie en vroeg een vergoeding van €32.980,50 bruto. Algra Mocca verzette zich tegen ontbinding en betwistte de hoogte van de vergoeding. Het geschil betrof vooral de bedrijfseconomische noodzaak van het ontslag en de wijze waarop Algra Mocca het CWI had geïnformeerd.
De kantonrechter stelde vast dat de bedrijfseconomische gronden voor het ontslag door het CWI waren goedgekeurd en dat de werknemer geen feiten had aangevoerd die deze noodzaak betwijfelen. Hoewel de werknemer stelde dat Algra Mocca onvolledige informatie had verstrekt en de wederindiensttredingsvoorwaarde had geschonden, werd dit niet aannemelijk geacht. Wel was de werknemer niet meer bereid om voor Algra Mocca te werken, wat een ontbinding rechtvaardigde.
De kantonrechter oordeelde dat de vergoeding uit het sociaal plan onvoldoende was en dat de vergoeding op basis van de kantonrechtersformule moest worden vastgesteld. Gezien de omstandigheden, waaronder de leeftijd en dienstjaren van de werknemer, werd een vergoeding van circa €6.600 bruto toegekend. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 30 juni 2007 en iedere partij draagt eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 30 juni 2007 met toekenning van een bruto vergoeding van €6.600 aan de werknemer.