ECLI:NL:RBZLY:2007:BB1522

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
9 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/400041-07 ontneming
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak afpersing en afwijzing ontnemingsvordering ondanks veroordeling diefstal met geweld

De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde op 9 augustus 2007 de zaak tegen drie verdachten, waarvan één specifiek genoemd. Het onderzoek vond plaats op 3 mei en 26 juli 2007. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €8.500,-, gebaseerd op het opsporingsonderzoek en proces-verbaal van 26 maart 2006.

De rechtbank oordeelde dat de verdachte wel voordeel had genoten uit de baten van een feit waarvoor hij veroordeeld was, namelijk diefstal met geweld, maar niet uit de tenlastegelegde afpersing. De geschatte omvang van het voordeel werd vastgesteld op €5.000,-. Omdat de benadeelde partij een vordering van €5.000,- had ingesteld en deze was toegewezen, zag de rechtbank geen ruimte meer voor toewijzing van de ontnemingsvordering van de officier van justitie.

Uiteindelijk wees de rechtbank de ontnemingsvordering af. De drie verdachten werden vrijgesproken van afpersing, maar de veroordeelde verdachte werd wel veroordeeld voor diefstal met geweld. De uitspraak werd gedaan door voorzitter C.A.M. Heeregrave en rechters C. Kleinrensink en G. Eelsing, waarbij Kleinrensink het vonnis niet medeondertekende.

Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af en spreekt vrij van afpersing, maar veroordeelt voor diefstal met geweld.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD
Sector Strafrecht
Parketnr. : 07.400041-07
Datum : 9 augustus 2007
Beslissing op de vordering ex artikel 36e Wetboek van Strafrecht
d.d. 3 april 2007 van de officier van justitie in de zaak tegen:
[naam verdachte]
geboren op [geboortedatum/geboorteplaats]
wonende te [adres]
thans verblijvende in de [verblijfplaats]
[ ]
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 3 mei 2007 en 26 juli 2007.
[naam verdachte] is verschenen, bijgestaan door mr. R.W. van Faassen, advocaat te Zwolle.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken van het voorbereidend onderzoek in de strafzaak met opgemeld parketnummer tegen [naam verdachte], te weten:
- de stukken van het opsporingsonderzoek van Regiopolitie IJsselland, District Midden, Zwolle, dossiernummer PL04MI/06-506688;
- het door [naam verbalisant] op 26 maart 2006 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal ter zake ontneming met dossiernummer PL04MI/06-506688.
OVERWEEGT
De officier van justitie heeft gevorderd dat [naam verdachte] zal worden veroordeeld tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel dat hij heeft genoten door middel van of uit de baten van de feiten, zoals ten laste gelegd in de strafzaak met opgemeld parketnummer, welk voordeel door de officier van justitie na een ter terechtzitting gedane aanpassing wordt geschat op
€ 8.500,-.
De rechtbank heeft [naam verdachte] in de onderliggende strafzaak met opgemeld parketnummer bij vonnis van 9 augustus 2007 onder meer veroordeeld ter zake afpersing.
De rechtbank is op grond van de stukken van voornoemd voorbereidend onderzoek en gelet op hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht van oordeel dat [naam verdachte] wederrechtelijk voordeel heeft genoten door middel van en uit de baten van feit 4 ter zake waarvan [naam verdachte] bij opgemeld vonnis onder meer is veroordeeld.
De rechtbank schat dit voordeel op € 5.000,-. Hierbij wordt aangetekend dat niet kan worden vastgesteld dat [naam verdachte] wederrechtelijk voordeel heeft genoten door middel van of uit de baten van feit 2 op de tenlastelegging.
De rechtbank is bij haar schatting uitgegaan van de uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen voortvloeiende -als aannemelijk aan te merken- gegevens, waarop ook bovenvermeld proces-verbaal wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 26 maart 2006 is gebaseerd.
De rechtbank is voor
In de strafzaak tegen [naam verdachte] heeft benadeelde partij [naam benadeelde partij] zich gesteld. Zijn vordering is door de rechtbank toegewezen tot een bedrag van EUR 5.000,--. Gelet op deze toewijzing ziet de rechtbank thans geen ruimte meer voor toewijzing van de ontnemingsvordering van de officier van justitie.
BESLISSING
De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie d.d. 3 april 2007, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, af.
Aldus gegeven door mr. C.A.M. Heeregrave, voorzitter, mrs. C. Kleinrensink en G. Eelsing, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.C.W. Emmen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 augustus 2007.
Mr. C. Kleinrensink voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.