ECLI:NL:RBZLY:2007:BB3863
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.T. Wemes
- J.H. Bosch
- J.E. van den Steenhoven-Drion
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting en ontuchtige handelingen dochter
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verkrachting en ontuchtige handelingen jegens zijn biologische dochter, die nog geen 16 jaar was. Deze feiten zouden hebben plaatsgevonden tijdens een bezoek in Oostenrijk in het kader van een hereniging.
De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege niet-naleving van regels rond het rechtshulpverzoek en een eerdere sepotbeslissing. De rechtbank verwierp deze verweren omdat de tekortkomingen niet van dien aard waren dat niet-ontvankelijkheid gerechtvaardigd was en omdat er sprake was van nieuwe verklaringen die een novum vormden.
De rechtbank oordeelde dat op basis van de beschikbare bewijsmiddelen, waaronder de aangifte van de aangeefster, de verklaring van verdachte en een summiere getuigenverklaring, onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bestond om verdachte te veroordelen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs van verkrachting en ontuchtige handelingen jegens zijn minderjarige dochter.