ECLI:NL:RBZLY:2007:BB3932
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontheffing en matiging bij overtreding concurrentiebeding in arbeidsrechtelijke verhouding
In deze arbeidsrechtelijke zaak staat de overtreding van een concurrentiebeding centraal. De werknemer, voormalig leidinggevende bij de eisende partij, heeft na beëindiging van zijn dienstverband activiteiten ontplooid die volgens de eisende partij in strijd zijn met het concurrentiebeding. De werknemer was onder meer betrokken bij werving en selectie en werd genoemd als workshopbegeleider en adviseur op het gebied van screening en integriteitsonderzoek.
De kantonrechter stelt vast dat het concurrentiebeding onverkort geldt, maar verleent ontheffing voor bepaalde werkzaamheden zoals werving en selectie en schadeonderzoek voor verzekeraars. De overtreding van het beding is vastgesteld vanwege het gebruik van merknamen en het optreden als inleider bij workshops, ondanks dat de werknemer zich later terugtrok en de persoonsbeschrijving werd aangepast.
De contractuele boete wordt gematigd van een bedrag van meer dan 87.000 euro tot een eenmalig bedrag van 9.000 euro, gelijk aan ongeveer drie netto-maandsalarissen, omdat geen feitelijke schade of voordeel is vastgesteld en de overtredingen incidenteel waren. Tevens wordt de werknemer veroordeeld tot het staken van het gebruik van merknamen en tot betaling van een beperkte vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
Uitkomst: Het concurrentiebeding geldt onverkort met beperkte ontheffing; de boete wordt gematigd tot €9.000 en de werknemer wordt veroordeeld tot staking van merknamengebruik en betaling van kosten.