ECLI:NL:RBZLY:2007:BB8848
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A.O.M. van Aerde
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot afgifte bevelschrift voor nakosten na vonnis
In deze zaak heeft RBS (RD Europe) B.V. een verzoek ingediend tot afgifte van een bevelschrift op grond van artikel 237, vierde lid Rv, om nakosten te verhalen die na een eerder vonnis zijn gemaakt. Het eerdere vonnis veroordeelde de wederpartij tot betaling van proceskosten tot de datum van dat vonnis, maar de verzoekster stelt dat zij ook daarna kosten heeft moeten maken.
De kantonrechter overweegt dat deze nakosten niet in het oorspronkelijke vonnis konden worden opgenomen omdat het toen nog niet bekend was of en welke extra kosten zouden ontstaan. De wet schrijft voor dat hiervoor een aparte procedure moet worden gevolgd. De kantonrechter benadrukt dat een verzoek tot afgifte van een bevelschrift in beginsel een mondelinge behandeling vereist, maar dat verzoekster heeft aangegeven hierop te willen afzien.
Verzoekster heeft in algemene termen werkzaamheden genoemd zoals bestudering van het vonnis, contact met de wederpartij en derden, betalingsregelingen en onderzoek naar verhaalsmogelijkheden. De kantonrechter stelt dat een algemene opsomming niet voldoet aan de stelplicht; er moet concreet worden aangegeven welke werkzaamheden zijn verricht. Wel worden enkele gebruikelijke werkzaamheden zoals bestudering van het vonnis en overleg over executiemaatregelen verondersteld.
De kantonrechter oordeelt dat bestudering van een vonnis als dit geen noemenswaardige grondslag voor nakosten oplevert en dat nakosten voor betalingsregelingen alleen toewijsbaar zijn als daadwerkelijk een regeling is overeengekomen. Omdat verzoekster haar werkzaamheden niet nader heeft gespecificeerd, ziet de kantonrechter geen aanleiding tot toewijzing van nakosten en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot afgifte van een bevelschrift voor nakosten wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie van werkzaamheden.