ECLI:NL:RBZLY:2007:BB8863

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
9 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
367402 HA 07-303
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 246 RvArt. 289 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst

M&R Micro-Imaging B.V. verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar werknemer. Na ontvangst van het verweerschrift van de werknemer trok M&R haar ontbindingsverzoek daags voor de mondelinge behandeling in. De werknemer vorderde daarop een vergoeding van de door haar gemaakte proceskosten.

M&R betwistte de vordering en stelde dat de intrekking van het verzoek de procedure beëindigde, waarmee geen proceskostenvergoeding verschuldigd zou zijn. De kantonrechter oordeelde echter dat, ondanks het ontbreken van een specifieke wettelijke bepaling voor verzoekschriftprocedures, de strekking van artikel 246 Rv Pro ook hier van toepassing is: een procedure kan alleen op verzoek van partijen worden beëindigd.

Omdat de werknemer een gemachtigde had ingeschakeld die een verweerschrift had ingediend en expliciet had verzocht om veroordeling in de proceskosten, was het billijk dat M&R werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De kantonrechter stelde de proceskostenvergoeding vast op € 200,- voor het salaris van de gemachtigde van de werknemer.

Uitkomst: Werkgeefster wordt veroordeeld tot betaling van € 200 aan proceskosten aan werknemer na intrekking ontbindingsverzoek.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD
sector kanton – locatie Zwolle
Zaaknr. : 367402 HA VERZ 07-303
Datum : 9 november 2007
Beschikking in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
M&R MICRO-IMAGING B.V.,
gevestigd te Kampen,
verzoekende partij,
verder te noemen M&R,
gemachtigde mr. O.C.A. Millaard te Zwolle,
tegen
[WERKNEEMSTER],
wonende te [woonplaats],
verwerende partij,
verder te noemen [werkneemster],
gemachtigde mr. M.T.A. Lamers te Deventer.
De procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek- en verweerschrift, de producties en de correspondentie.
Het geschil
M&R verzocht aanvankelijk de ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereen-komst. Dit verzoek is ingetrokken.
[werkneemster] heeft verzocht M&R in de proceskosten te veroordelen. Daarover gaat het ge-schil.
De beoordeling
1.
[werkneemster] heeft naar aanleiding van het verzoekschrift tot ontbinding een verweerschrift, gedateerd 13 september 2007, ingediend. Daags voor de mondelinge behandeling, die op 20 september 2007 was gepland, heeft M&R het verzoek tot ontbinding ingetrokken.
[werkneemster] heeft bij brief van 19 september 2007 verzocht M&R in de proceskosten te veroordelen vanwege de intussen verrichte werkzaamheden en het late tijdstip van de intrek-king.
M&R is het daarmee niet eens. Zij heeft, kort samengevat, aangevoerd dat door de intrekking van het verzoek tot ontbinding de procedure tot een einde is gekomen, dat door die intrekking aan de wens van [werkneemster] tegemoet is gekomen en dat het besluit tot intrekking is geno-men naar aanleiding van het verweer van [werkneemster], welk verweer M&R laat, dat wil zeggen kort voor de mondelinge behandeling op 20 september, bekend is geworden.
2.
In overleg met partijen is besloten op de stukken te beslissen.
3.
De kantonrechter deelt niet de opvatting van M&R dat door de enkele intrekking van het ver-zoek op 19 september 2007 aan de procedure een einde is gekomen. Er had zich, toen M&R het verzoek introk, namens [werkneemster] immers een gemachtigde gemeld die een verweerschrift had ingediend. Daarin is niet alleen verzocht het verzoek af te wijzen maar ook de uitdrukking ‘Kosten rechtens’ gebezigd welke uitdrukking redelijkerwijs als een verzoek tot veroordeling van M&R in de proceskosten moet worden opgevat. Aan dit onderdeel van het verzoek van [werkneemster] is M&R niet tegemoet gekomen en het is terecht dat [werkneemster] aan de toewijzing ervan --kenne- lijk zich beroepend op artikel 289 Rv Pro.-- een punt maakt.
Verder: artikel 246 Rv Pro. bepaalt ten aanzien van zaken die met een dagvaarding worden ingeleid, dat de zaak op verlangen van partijen (meervoud dus) op de rol wordt doorgehaald. Weliswaar ontbreekt in verzoekschriftenprocedures een rol en kent titel 3 van boek 1 Rv. geen overeen-komstige bepaling, maar dat betekent niet dat de strekking van artikel 246 Rv Pro., te weten een eenmaal aanhangig gemaakte procedure waarin partijen zijn verschenen kan alleen op verzoek van die partijen eindigen, niet in verzoekschriftenprocedures behoort te worden toegepast. Te-recht heeft [werkneemster] als voorwaarde aan de beëindiging gesteld dat zij een proceskosten-vergoeding diende te ontvangen nu zij (substantiële) werkzaamheden heeft verricht.
4.
M&R zal in de proceskosten worden veroordeeld, nu zij haar verzoek heeft ingetrokken nadat (de gemachtigde van) [werkneemster] in de procedure werkzaamheden heeft verricht die een proceskosten veroordeling billijken.
De beslissing
De kantonrechter:
- verstaat dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is ingetrokken;
- veroordeelt M&R in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [werkneemster] begroot op € 200,00 voor salaris gemachtigde.
Aldus gewezen door mr. C.H. de Haan, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 9 november 2007, in het bijzin van de griffier.