ECLI:NL:RBZLY:2007:BB9131

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
13 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
430067-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 247 SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77h SrArt. 77i Sr
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling minderjarige voor herhaaldelijk plegen ontuchtige handelingen met minderjarige jonger dan 16 jaar

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft op 13 november 2007 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een minderjarige verdachte die werd beschuldigd van het herhaaldelijk plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige jonger dan 16 jaar. De tenlastelegging werd gewijzigd en de rechtbank achtte bewezen dat de verdachte in de periode van januari 2005 tot en met december 2006 in de gemeente Kampen meerdere keren ontuchtige handelingen had gepleegd met het slachtoffer.

De rechtbank nam bij haar oordeel onder meer het psychiatrisch en psychologisch onderzoeksrapport, het advies van de Raad voor de Kinderbescherming en het justitiële documentatie uittreksel in acht. Gezien de psychische problematiek, beperkte intellectuele capaciteiten en het hoge recidivegevaar achtte de rechtbank een zo spoedig mogelijke aanvang van ambulante behandeling en 1 op 1 begeleiding noodzakelijk.

De verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden met een proeftijd van drie jaar. Als bijzondere voorwaarde werd een verplicht jeugdreclasseringscontact opgelegd, waarbij de verdachte zich moet houden aan de voorschriften van het Bureau Jeugdzorg Overijssel, afdeling jeugdreclassering, uitgevoerd door de William Schrikker Jeugdreclassering. De jeugddetentie zal niet worden uitgevoerd tenzij de verdachte zich tijdens de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt of de bijzondere voorwaarden niet naleeft.

De rechtbank sprak de verdachte vrij van de overige tenlasteleggingen die niet wettig en overtuigend bewezen konden worden. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.

Uitkomst: Voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden met verplicht jeugdreclasseringscontact opgelegd aan minderjarige verdachte wegens herhaaldelijke ontuchtige handelingen.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD
Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer
Parketnr. : 07/430067-07
Uitspraak: 13 november 2007
Vonnis in de zaak van:
het openbaar ministerie
tegen
[verdachte]
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2007. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. K. Kok, advocaat te Zwolle.
De officier van justitie, mr. H.C.C. Berendsen, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte terzake het primair ten laste gelegde tot jeugddetentie voor de tijd van 3 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarde een verplicht jeugdreclasseringscontact, ook als dat inhoudt 1 op 1 begeleiding en/of een behandeling van verdachte.
TENLASTELEGGING
De verdachte is ten laste gelegd dat:
(volgt tenlastelegging zoals ter terechtzitting van 30 oktober 2007 gewijzigd)
BEWIJS
De verdachte dient van het primair en alternatief/cumulatief ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte meer subsidiair ten laste is gelegd, met dien verstande dat:
hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006 in de gemeente Kampen, telkens met [benadeelde partij], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij zijn penis gebracht/geduwd in de kont en/of tussen de billen van die [benadeelde partij];
Van het meer subsidiair meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.
STRAFBAARHEID
Het bewezene levert op:
Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd,
strafbaar gesteld bij artikel 247 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.
OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL
Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.
De rechtbank acht, gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de bij verdachte geconstateerde psychische problematiek, zijn beperkte intellectuele capaciteiten en in aanmerking genomen het naar voren gekomen grote recidivegevaar, een zo spoedig mogelijke aanvang van de voor verdachte aangewezen geachte behandeling en begeleiding (waaronder 1 op 1 begeleiding) noodzakelijk. De rechtbank zal met het oog daarop een verplicht jeugdreclasseringscontact als bijzondere voorwaarde verbinden aan de na te noemen op te leggen voorwaardelijke jeugddetentie.
Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:
- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 17 september 2007, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is gekomen;
- een de verdachte betreffend psychiatrisch onderzoeksrapport d.d. 22 juni 2007 uitgebracht door drs. C.S. Sijbrandij, psychiater en vast gerechtelijk deskundige;
- een de verdachte betreffend psychologisch onderzoeksrapport d.d. 5 juli 2007 uitgebracht door mr. drs. R.A. Sterk, klinisch psycholoog/psychotherapeut en vast gerechtelijk deskundige;
- een de verdachte betreffend adviesrapport d.d. 6 juli 2007 uitgebracht door de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Overijssel, Locatie Zwolle;
de overige stukken van het de verdachte betreffende persoonsdossier.
De rechtbank neemt de in voornoemde onderzoeksrapportages vervatte conclusies betreffende de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte op de daarvoor in voornoemde rapportages bijeengebrachte gronden over.
De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 77a, 77g, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa en 77gg van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het primair en subsidiair ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
Het meer subsidiair ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.
Het meer subsidiair meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 3 maanden.
De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie in mindering worden gebracht.
De jeugddetentie zal niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
Als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door het Bureau Jeugdzorg Overijssel, afdeling jeugdreclassering, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, ten deze feitelijk uit te voeren door de William Schrikker Jeugdreclassering te Amsterdam, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften en aanwijzingen mogen ook inhouden dat verdachte gedurende maximaal de duur van de proeftijd een ambulante behandeling zal volgen en/of zogenaamde 1 op 1 begeleiding zal accepteren.
Het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.
Aldus gewezen door mr. J.H. Bosch, voorzitter tevens kinderrechter, mrs. A. Oosterveld en H.J. Buijsman, rechters, in tegenwoordigheid van H. Kamp als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 november 2007.
Mrs. Oosterveld en Buijsman voornoemd waren buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.