ECLI:NL:RBZLY:2007:BC1214
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing concurrentiebeding na belangenafweging in arbeidsrechtelijke kort geding
In deze arbeidsrechtelijke kort gedingprocedure vordert de werknemer schorsing van het concurrentiebeding dat hem verbiedt binnen twee jaar na ontslag bij een concurrerend bedrijf te werken. De werknemer wil in dienst treden bij een directe concurrent met een beter arbeidsvoorwaardenpakket en dichter bij huis.
De werkgever verzet zich tegen schorsing en beroept zich op investeringen in opleiding en het risico dat de werknemer klanten zal overhalen. De kantonrechter weegt de belangen af en concludeert dat de werknemer financieel en qua woon-werkafstand aanzienlijk zal verbeteren en dat het concurrentiebeding hem onbillijk benadeelt.
De kantonrechter acht de investeringen van de werkgever in opleiding gering en onvoldoende om het concurrentiebeding te handhaven. Ook acht hij het risico van klantenoverloop door de werknemer gering, omdat diens functie beperkt is tot technische service zonder acquisitiebevoegdheid.
Daarom wordt het concurrentiebeding geschorst totdat in een bodemprocedure uitspraak wordt gedaan. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten. De dwangsomvordering van de werkgever wordt niet behandeld omdat de schorsing is toegewezen.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt geschorst totdat in een bodemprocedure uitspraak is gedaan.