ECLI:NL:RBZLY:2007:BC7060
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering contractsovername en impliciete geldlening bij bedrijfspandtransactie
Eiser vorderde betaling van €68.067 van gedaagde op grond van contractsovername van een koopovereenkomst tussen eiser en een derde partij. De rechtbank stelde vast dat er wel sprake was van contractsovername ex art. 6:159 BW Pro, maar dat in het overgenomen contract geen verplichting tot betaling van dit bedrag aan eiser was opgenomen. Hierdoor kon deze verplichting niet op gedaagde overgaan.
Daarnaast stelde eiser dat er een impliciete geldleningsovereenkomst bestond tussen hem en gedaagde ter hoogte van €150.000, bestaande uit stortingen op rekening courant en betalingen door de vader van eiser. De rechtbank vond geen feiten die deze geldleningsovereenkomst ondersteunden; betalingen aan derden wezen juist het tegendeel uit.
De rechtbank wees daarom de vorderingen van eiser af. In reconventie werd eiser veroordeeld het gelegde conservatoir beslag op gelden van gedaagde op te heffen, onder verbeurte van een dwangsom. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
De uitspraak bevestigt dat contractsovername alleen de rechten en verplichtingen uit het oorspronkelijke contract overneemt en dat aanvullende vorderingen niet automatisch overgaan. Ook is een impliciete geldlening niet aangenomen zonder concrete feiten die dit ondersteunen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eiser af en veroordeelt hem tot opheffing van het conservatoir beslag en betaling van proceskosten.