ECLI:NL:RBZLY:2008:BC4528

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
31 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07.607070-06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • J.P.C. Obbink
  • G.P. Nieuwenhuis
  • M.A. Wijnands-Veninga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 300 SrArt. 10 SrArt. 14a SrArt. 14b Sr
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor openlijk geweld en mishandeling met voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft verdachte veroordeeld voor openlijk geweld en mishandeling, zoals omschreven in de tenlasteleggingen 1, 2 subsidiair en 3. De feiten zijn wettig en overtuigend bewezen verklaard, terwijl de tenlasteleggingen 2 primair en 4 zijn verworpen wegens onvoldoende bewijs en gebrek aan opzet.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van zes maanden op, waarvan de uitvoering is geschorst onder een proeftijd van twee jaar met reclasseringstoezicht, en een werkstraf van 180 uur. De teruggave van in beslag genomen schoenen werd bevolen en het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.

De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in het strafproces en verwezen naar de burgerlijke rechter. De straf is mede gebaseerd op het strafrechtelijk verleden van verdachte en de noodzaak tot behandeling van agressie.

De uitspraak benadrukt het belang van een passende straf om de ernst van de feiten te onderstrepen en de verdachte te stimuleren tot gedragsverbetering onder toezicht van de reclassering.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 180 uur werkstraf voor openlijk geweld en mishandeling, vrijgesproken voor poging zware mishandeling en andere mishandeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD
Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer
Parketnummer: 07.607070-06
Datum: 31 januari 2008
Vonnis in de zaak van:
het openbaar ministerie
tegen
[verdachte],
[geboortedatum],
[adres]
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 december 2007 en 17 januari 2008. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door mr. H.A. Holtrop, advocaat te Emmeloord.
De officier van justitie, mr. P.E.F. Poppe, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake het onder 1, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde tot:
- een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook indien dit een behandeling in de Waag of het volgen van (een) cursus(sen) inhoudt;
- een taakstraf, te weten een werkstraf voor de duur van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- teruggave van de in beslag genomen schoenen aan verdachte;
- alsmede toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] tot een bedrag van € 850,--;
- toepassing van de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht;
- opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
TENLASTELEGGING
De verdachte is ten laste gelegd dat:
(volgt tenlastelegging)
BEWIJS
De verdachte dient van het onder 2 primair en 4 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.
Ter zake feit 2 primair komt de rechtbank, anders dan door de officier is betoogd, niet tot een bewezenverklaring van poging zware mishandeling omdat zij met name niet bewezen acht dat verdachte met zijn geschoeide voet tegen het hoofd van aangever [benadeelde partij] heeft geschopt/getrapt. De officier van justitie heeft weliswaar betoogd dat het bloed dat op de schoen van verdachte is aangetroffen – waarvan via een DNA-onderzoek is komen vast te staan dat dit bloed afkomstig is van aangever [benadeelde partij] – daarop is gekomen door het trappen van verdachte tegen het hoofd van [benadeelde partij] maar daarvoor heeft de rechtbank geen bewijs aangetroffen in de voorhanden zijnde stukken.
Ter zake feit 4 komt de rechtbank, anders dan de officier van justitie, niet tot een bewezenverklaring van mishandeling, omdat naar haar oordeel het opzet, ook in voorwaardelijk zin, ontbreekt. Het slaan door verdachte was immers niet gericht op aangever [betrokkene] maar op [de man], de jongen waarmee de vechtpartij met verdachte aan de gang was. Uit de voorhanden zijnde stukken blijkt dat [betrokkene] plotseling tussen de beide vechtende in is gesprongen om ze te scheiden waarbij hij de klap(pen), die kennelijk bestemd waren voor [slachtoffer], heeft geïncasseerd.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder
1, 2 subsidiair en 3 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:
(volgt bewezenverklaring; zie aangehechte kopie dagvaarding)
Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.
STRAFBAARHEID
Het bewezene levert op:
Feit 1
Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, strafbaar gesteld bij artikel 141 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Feit 2 subsidiair
Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, strafbaar gesteld bij artikel 141 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Feit 3
Mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 300 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.
OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL
Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.
De rechtbank zal, naast een op te leggen werkstraf, een voorwaardelijke vrijheidsstraf van behoorlijke omvang opleggen, teneinde de ernst van de feiten te benadrukken en verdachte, mede gelet op zijn strafrechtelijk verleden, een goede stok achter de deur mee te geven voor de noodzakelijke behandeling van zijn agressie.
De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de in beslag genomen aan hem toebehorende schoenen aangezien deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.
Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:
- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 27 december 2007;
een de verdachte betreffend voorlichtingsrapport d.d. 18 december 2007 uitgebracht door de Stichting Reclassering Nederland;
- een de verdachte betreffend adviesrapport d.d. 17 december 2007 uitgebracht door de Stichting Reclassering Nederland.
Benadeelde partij
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] [benadeelde partij] is naar het oordeel van de rechtbank niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in die vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het onder 2 primair en 4 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
Het onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.
Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
6 (zes) maanden.
De gevangenisstraf zal niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, zulks zolang deze instelling of een door haar aan te wijzen andere reclasseringsinstelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, - ook indien dit inhoudt een ambulante behandeling in de Waag gedurende de proeftijd - met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf, te weten de werkstraf het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 180 uren.
De rechtbank beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 90 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf .
De tijd, door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf in mindering worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag.
De rechtbank gelast de teruggave van een paar schoenen aan verdachte.
Het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.
De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij] [benadeelde partij] in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Aldus gewezen door mr. J.P.C. Obbink, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en M.A. Wijnands-Veninga, rechters, in tegenwoordigheid van M. Smit, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 januari 2008.