ECLI:NL:RBZLY:2008:BC4529

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
12 februari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/440112-07
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen

De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde op 12 februari 2008 een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van ontuchtige handelingen jegens aangeefster. De verdachte erkende zich enigszins te hebben afgezonderd met aangeefster, maar ontkende de ten laste gelegde handelingen.

De enige getuige die de beschuldigingen bevestigde was aangeefster zelf. Andere verklaringen, waaronder die van een getuige die zou hebben gehoord dat verdachte een bekentenis had gedaan, werden door de rechtbank niet als betrouwbaar beschouwd. De emotionele toestand van aangeefster werd onvoldoende geacht om haar verklaring als overtuigend bewijs te kwalificeren.

De rechtbank concludeerde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was en sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD
Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer
Parketnr. : 07.440112-07
Uitspraak: 12 februari 2008
Vonnis in de zaak van:
het openbaar ministerie
tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedatum]
wonende te [adres]
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 29 januari 2008. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.R. Maarsingh, advocaat te Deventer.
De officier van justitie, mr. S.T.C. van der Werf, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
TENLASTELEGGING
De verdachte is ten laste gelegd dat:
(volgt tenlastelegging).
BEWIJS
In het dossier bevinden zich meerdere verklaringen. Uitsluitend aangeefster [naam aangeefster] heeft verklaard te hebben waargenomen hetgeen aan verdachte ten laste is gelegd.
Verdachte erkent dat hij, op het tijdstip waarop het ten laste gelegde zou hebben plaatsgevonden, zich met aangeefster enigszins had afgezonderd van de groep familie en vrienden. Hij ontkent echter de ten laste gelegde handelingen te hebben verricht.
Voorts acht de rechtbank van belang dat, waar in de aangifte door de moeder van [naam aangeefster] is vermeld dat zij (i.c. de moeder) van getuige [naam getuige] heeft begrepen dat verdachte tegen die [naam getuige] had toegegeven dat hij [naam aangeefster] had betast en gezoend (“het gebeurde gewoon”), de getuige [naam getuige] bij de verhoren bij de politie en de rechter-commissaris telkenmale heeft ontkend dat verdachte zich in die zin tegen haar heeft uitgelaten.
Voor zover door de officier van justitie is gewezen op de emotionele toestand van [naam aangeefster] in de nacht van het tenlastegelegde en ook de volgende dag bij thuiskomst, overweegt de rechtbank dat zij dit onvoldoende acht om van de juistheid van de door [naam aangeefster] afgelegde verklaringen uit te gaan.
Nu de verklaring van aangeefster [naam aangeefster] omtrent de seksuele/ontuchtige handelingen die door verdachte zouden zijn gepleegd niet in voldoende mate steun vindt in andere voorhanden zijnde bewijsmiddelen, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.
BESLISSING
Het ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
Aldus gewezen door mr. F. Koster, voorzitter, mrs. J.H. Bosch en G.A. Versteeg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2008.