ECLI:NL:RBZLY:2008:BC5431
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.M. Schaak
- G.J.J.M. Essink
- H.J. Buijsman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs voor medeplichtigheid aan drugsvervoer
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde op 5 februari 2008 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van betrokkenheid bij het vervoeren van cocaïne. De officier van justitie had een gevangenisstraf van 15 maanden gevorderd voor het eerste ten laste gelegde feit en vrijspraak voor het tweede. Tijdens de terechtzitting op 22 januari 2008 werd vastgesteld dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte op de hoogte was van de drugshandel.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de medeverdachte onvoldoende overtuigend waren en dat de getapte telefoongesprekken meerduidig waren en daardoor niet als bewijs konden dienen. Ook het observatierapport van de politie, waarin werd vastgesteld dat de medeverdachte met een plastic tas in de auto stapte, leidde niet onvermijdelijk tot de conclusie dat verdachte wist dat er cocaïne werd vervoerd.
Verder werd overwogen dat verdachte niet opzettelijk de cocaïne heeft vervoerd, mede omdat hij geen tegenprestatie wilde ontvangen en hij niet de mogelijkheid had om de auto te verlaten toen hij vermoedens kreeg. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat hij wist van het vervoeren van cocaïne.