ECLI:NL:RBZLY:2008:BC8235
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.E. Buitendijk
- G.H. Meijer
- G.E.A. Neppelenbroek
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bij beroving na overschrijding redelijke termijn
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde op 25 maart 2008 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van beroving. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De verdediging stelde dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de termijn langer dan gemiddeld was, deze niet zodanig was dat niet-ontvankelijkheid gerechtvaardigd was. Ook was er geen sprake van een ernstige tekortkoming in het onderzoek of een schending van de procesorde. Het verweer werd verworpen en het openbaar ministerie werd ontvankelijk verklaard.
Ten aanzien van het bewijs concludeerde de rechtbank dat het bewijs onvoldoende was om tot een bewezenverklaring te komen. Het enige bewijs bestond uit de aangifte en herkenning van verdachte door de aangever aan de hand van fotoprints van een bezoek aan een adres op de dag van de beroving. Dit bewijs kwam uit één bron en getuigenverklaringen waren onvoldoende specifiek als steunbewijs.
Daarom werd verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van mr. C.E. Buitendijk, met de rechters G.H. Meijer en G.E.A. Neppelenbroek.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs.