ECLI:NL:RBZLY:2008:BC9647
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.C. Obbink
- G.P. Nieuwenhuis
- M.A. Wijnands-Veninga
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit van kinderporno met verborgen camera als rechtmatig bewijs
De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft op 10 april 2008 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die werd verdacht van het bezit van kinderporno op zijn computer. Het bewijs werd verkregen na een onderzoek op verzoek van de bewoonster, die vermoedde dat er een verborgen camera in de badkamer aanwezig was. De politie kreeg toestemming van de bewoonster om onderzoek te verrichten, waarna pornografisch materiaal werd aangetroffen op de computer van verdachte.
Verdachte voerde aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat hij geen toestemming had gegeven voor het openen van het plafond waar de camera was gemonteerd. Dit verweer werd door de rechtbank verworpen omdat het onderzoek met toestemming van de bewoonster plaatsvond en verdachte zelf later toestemming gaf voor het onderzoek van de computerbestanden.
Daarnaast stelde verdachte dat hij niet bewust in bezit was van de afbeeldingen, maar de rechtbank oordeelde dat het feit dat verdachte de bestanden niet onmiddellijk verwijderde na ontdekking, ondanks kennis van de inhoud, wijst op opzet. De rechtbank veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 240 uur waarvan 120 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Tevens werd de computer onttrokken aan het verkeer omdat deze werd gebruikt bij het plegen van het strafbare feit.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur met een voorwaardelijk deel en onttrekking van de computer aan het verkeer wegens bezit van kinderporno.