ECLI:NL:RBZLY:2008:BD0402

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
15 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07.600175-08
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 WvwArt. 175 WvwArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor overtreding Wegenverkeerswet met werkstraf en voorwaardelijke rijontzegging

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft op 15 april 2008 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die werd verdacht van een overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Tijdens de zitting op 1 april 2008 verscheen de verdachte en werd door het openbaar ministerie een werkstraf van 80 uur geëist, subsidiair 40 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden met een proeftijd van twee jaar.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de overtreding had begaan. Het bewezen feit betrof een botsing die ernstige lichamelijke gevolgen had voor de slachtoffers, waaronder een toen tweejarige die anderhalf jaar later nog een operatie moest ondergaan. De rechtbank hield rekening met het feit dat de verdachte meerdere malen contact had opgenomen met het slachtoffer en dat dit contact goed verliep. Ook werd meegewogen dat de verdachte geen eerdere veroordelingen had en zijn rijbewijs nodig had voor zijn werk als akkerbouwer.

De rechtbank legde een taakstraf op van 80 uur onbetaalde arbeid, met een vervangende hechtenis van 40 dagen indien de taakstraf niet naar behoren wordt uitgevoerd. Daarnaast werd de verdachte voor zes maanden de bevoegdheid ontzegd motorrijtuigen te besturen, maar deze ontzegging wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij de verdachte binnen twee jaar opnieuw een strafbaar feit pleegt. Het overige ten laste gelegde werd vrijgesproken omdat dit niet wettig en overtuigend was bewezen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 80 uur werkstraf en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD
Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer
Parketnr. : 07.600175-08
Uitspraak: 15 april 2008
Vonnis in de zaak van:
het openbaar ministerie
tegen
[verdachte],
[geboortedatum]
[adres]
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 april 2008. De verdachte is verschenen.
De officier van justitie, mr. B.E.M. van der Ven, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte tot een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, en een ontzegging motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
TENLASTELEGGING
De verdachte is ten laste gelegd dat:
(volgt tenlastelegging)
BEWIJS
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:
(volgt bewezenverklaring; zie aangehechte kopie dagvaarding)
Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.
STRAFBAARHEID
Het bewezene levert op:
Overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, strafbaar gesteld bij artikel 175 van Pro die Wet.
De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.
OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL
Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.
Ten aanzien van de op te leggen straf heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat de aan verdachte te wijten botsing ernstige lichamelijke gevolgen heeft gehad voor de slachtoffers, met name voor de toen tweejarige [slachtoffer]s, die zelfs nu nog, anderhalf jaar na dato, een operatie moet ondergaan. Daarnaast heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte meermalen contact heeft opgenomen met de [slachtoffer] en dat dat contact goed verloopt, dat verdachte niet eerder is veroordeeld en dat verdachte als akkerbouwer zijn rijbewijs dagelijks nodig heeft voor het besturen van landbouwvoertuigen.
Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 5 maart 2008.
De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 179 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
BESLISSING
Het ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.
Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf, te weten de werkstraf het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 80 uren.
De rechtbank beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 40 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf .
De rechtbank ontzegt verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de tijd van zes maanden.
De ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zal niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Aldus gewezen door mr. G.J.J.M. Essink, voorzitter, mrs. G.H. Meijer en J.P.C. Obbink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Ruitenbeek, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2008.