ECLI:NL:RBZLY:2008:BD1230
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J.J.M. Essink
- G.H. Meijer
- G.E.A. Neppelenbroek
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen geldbedragen
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het witwassen van ongeveer 26.960 euro, afkomstig van vermoedelijke oplichting en valsheid in geschrifte. De tenlastelegging betrof het verbergen en verhullen van de herkomst en het gebruik van deze geldbedragen tussen december 2004 en maart 2005.
Tijdens de terechtzitting op 8 april 2008 ontkende verdachte wetenschap te hebben gehad van de criminele herkomst van de gelden. Zij stelde dat haar partner, met wie zij een langdurige gemeenschappelijke huishouding voerde, het beheer over haar bankrekening voerde en zij weinig zicht had op de transacties.
De rechtbank constateerde dat het eerste deel van de dagvaarding partieel nietig was wegens onvoldoende feitelijke omschrijving van de begrippen verbergen en verhullen. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het bewijs niet overtuigend was dat verdachte wetenschap droeg of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld afkomstig was van een misdrijf.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde witwassen en verklaarde de dagvaarding partieel nietig voor het eerste deel.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij wetenschap had van de criminele herkomst van de geldbedragen.