ECLI:NL:RBZLY:2008:BD6207

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
24 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/400050-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 14a Wetboek van StrafrechtArt. 14b Wetboek van StrafrechtArt. 14c Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
14 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplegen van handel in heroïne met gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft op 24 juni 2008 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van het vervoeren, verkopen en verstrekken van heroïne in de gemeente Zwolle gedurende de periode van juni 2007 tot februari 2008.

Verdachte heeft de feiten bekend en is wettig en overtuigend bewezen verklaard op basis van verklaringen, verhoren van medeverdachten en getuigen, bevindingen en een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut. De rechtbank achtte de handel in heroïne in omvangrijke mate en de aanwezigheid van circa 34,7 gram heroïne bewezen.

Gezien de ernst van de feiten, het strafrechtelijk verleden van verdachte en de maatschappelijke impact van drugscriminaliteit, achtte de rechtbank een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk. De straf bestaat uit 20 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een bijzondere voorwaarde van reclasseringscontact om herhaling te voorkomen.

Daarnaast zijn de inbeslaggenomen goederen, waaronder twee telefoons en weegapparatuur, verbeurd verklaard omdat deze zijn gebruikt bij het plegen of voorbereiden van de strafbare feiten. De rechtbank heeft rekening gehouden met het positieve reclasseringsrapport en de intentie van verdachte om te stoppen met drugsgebruik.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met reclasseringsvoorwaarde.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD
Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer
Parketnr. : 07.400050-08
Uitspraak: 24 juni 2008
Vonnis in de zaak van:
het openbaar ministerie
tegen
[naam]
geboren op [geboortedatum]
wonende te [verblijfplaats]
ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 10 juni 2008. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.C.F. Kooijmans, advocaat te Zwolle.
De officier van justitie, mr. G. van der Zee, heeft ter terechtzitting gevorderd:
- verdachte te veroordelen ter zake het onder 1. en 2. ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voor¬waarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de reclassering;
- verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten twee telefoons en weegapparatuur.
TENLASTELEGGING
De verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2007 tot en met 24 februari 2008 in de gemeente Zwolle tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft vervoerd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8] en/of [naam 9] en/of [naam 10] en/of [naam 11] en/of [naam 12] en/of [naam 13] en/of meerdere, althans één andere perso(o)n(en), dealers- en/of gebruikershoeveelheden heroïne, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
art 2 ahf Pro/ond B Opiumwet
art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
2.
hij op of omstreeks 25 februari 2008 te Zwolle tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 34,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
art 2 ahf Pro/ond C Opiumwet
art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 10 lid 3 Opiumwet Pro
FORMELE VOORVRAGEN
De rechtbank ziet geen reden om te beslissen tot nietigheid van de dagvaarding, de onbevoegdheid van de rechtbank, de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie of de schorsing van de vervolging.
BEWIJSMOTIVERING
De rechtbank stelt voorop dat verdachte de tenlastegelegde feiten bekent en dat er door de raadsman van verdachte geen vrijspraak is bepleit.
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten op grond van de hierna vermelde bewijsmiddelen :
- de verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij heroïne ophaalde en leverde aan zijn medeverdachte, die het vervolgens verkocht aan drugsgebruikers;
- een proces-verbaal van verhoor van verdachte ;
- processen-verbaal van verhoor van de medeverdachte ;
- het proces-verbaal van verhoor van [naam 1] ;
- een proces-verbaal van bevindingen ;
- het proces-verbaal van verhoor van [naam 3] ;
- het proces-verbaal van verhoor van [naam 4] ;
- een proces-verbaal van bevindingen ;
- het proces-verbaal van verhoor van [naam 6] ;
- het proces-verbaal van verhoor van [naam 7] ;
- het proces-verbaal van aanhouding van de medeverdachte ;
- het proces-verbaal Test en gewicht “Bewustzijnsbeïnvloedende middelen” ;
- een deskundigenrapport opgemaakt door het Nederlands Forensisch Instituut .
BEWEZENVERKLARING
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1. en 2. ten laste is gelegd, met dien verstande dat:
1.
hij in de periode van 1 juni 2007 tot en met 24 februari 2008 in Zwolle tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, (telkens) opzettelijk heeft vervoerd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8] en/of [naam 9] en/of [naam 10] en/of [naam 11] en/of [naam 12] en/of [naam 13], dealers- en/of gebruikershoeveelheden heroïne, zijnde heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2.
hij op 25 februari 2008 te Zwolle tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 34,7 gram heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Van het onder 1. en 2. meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.
STRAFBAARHEID
Het bewezene levert op:
Feit 1.:
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 10 van Pro de Opiumwet juncto artikel 47 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Feit 2.:
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10 van Pro de Opiumwet juncto artikel 47 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.
OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL
Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.
De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een gedeeltelijk onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.
De rechtbank rekent het de verdachte ernstig aan dat hij gedurende ruim een half jaar in omvangrijke mate heeft gehandeld in drugs. Het is algemeen bekend dat drugs een ernstige bedreiging vormen voor de volksgezondheid en dat een aanmerkelijk deel van de criminaliteit direct of indirect haar oorsprong vindt in het gebruik van drugs. De handel in deze verdovende middelen vormt aldus een ernstige inbreuk op de rechtsorde.
Gelet op het feit dat de verdachte bij de reclassering heeft aangegeven definitief te willen stoppen met zijn drugsgebruik en gelet op de indruk die verdachte ter terechtzitting heeft gemaakt, acht de rechtbank termen aanwezig om een deel van de vrijheidsstraf voorwaardelijk op te leggen en aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf een verplicht reclasseringscontact te verbinden als bijzondere voorwaarde, teneinde de verdachte in staat te stellen om, met hulp en begeleiding van de reclassering, zijn oude leefpatroon te doorbreken en zijn leven in de maatschappij op de juiste wijze op te bouwen.
De rechtbank is van oordeel dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde voorwerpen (twee telefoons en weegapparatuur) dienen te worden verbeurdverklaard, omdat de onder 1. en 2. ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten met behulp van deze voorwerpen zijn begaan of voorbereid.
Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:
- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 8 mei 2008;
- een de verdachte betreffend voorlichtingsrapport d.d. 4 juni 2008, uitgebracht door S.P. Sneep, reclasseringswerker bij Tactus Verslavingszorg.
De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 33, 33a, 57, 91 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het onder 1. en 2. ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.
Het onder 1. en 2. meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden.
De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.
Van de gevangenisstraf zal een gedeelte, groot 6 maanden, niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
Als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens Tactus Verslavingszorg, zulks zolang deze instelling of een door haar aan te wijzen andere reclasseringsinstelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank verklaart verbeurd de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde voorwerpen (twee telefoons en weegapparatuur).
Aldus gewezen door mr. G.A. Versteeg, voorzitter, mrs. F. Koster en L.J.C. Hangx, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C. van Druten als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 juni 2008.