ECLI:NL:RBZLY:2008:BD9121
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H. Meijer
- A.W.M. van Hoof
- G.E.A. Neppelenbroek
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van drugshandel en voorbereidingshandelingen
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde op 26 mei 2008 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van betrokkenheid bij het voorbereiden en uitvoeren van een drugshandel met ongeveer 1100 kilogram hasjiesj in de periode van januari tot juli 2005.
De tenlastelegging omvatte onder meer het regelen van een boot, aanschaffen van telefoons en het leveren van hasjiesj, alsmede het verkopen en vervoeren van de drugs in Nederland en daarbuiten. De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank erkende de termijnoverschrijding maar oordeelde dat dit niet tot niet-ontvankelijkheid leidt, gezien de uitzonderlijke aard die daarvoor vereist is. Vervolgens beoordeelde de rechtbank het bewijs en concludeerde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om de betrokkenheid van verdachte vast te stellen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.