ECLI:NL:RBZLY:2008:BD9124
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H. Meijer
- A.W.M. van Hoof
- G.E.A. Neppelenbroek
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het vervoeren en aanwezig hebben van hasjiesj op zee nabij Marokkaanse kust
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde op 9 juni 2008 een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het vervoeren en aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hasjiesj aan boord van een zeiljacht op volle zee nabij de Marokkaanse kust. De zaak betrof een poging tot invoer van circa 1100 kg hasjiesj in Nederland, waarvan verdachte primair werd vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de lading daadwerkelijk naar Nederland zou worden gebracht.
De rechtbank achtte echter bewezen dat verdachte in de periode rond 13 juli 2005 samen met anderen op volle zee nabij Marokko ongeveer 925,3 kilogram hasjiesj heeft vervoerd en aanwezig heeft gehad. Dit werd onderbouwd met verklaringen, afgeluisterde gesprekken, observaties en rechtshulpdossiers van Portugese en Spaanse autoriteiten. De verdediging voerde onder meer bewijsuitsluiting aan, maar deze verweren werden verworpen.
De rechtbank constateerde een overschrijding van de redelijke termijn, maar vond dit geen reden voor niet-ontvankelijkheid van het OM. Gezien de termijnoverschrijding werd de straf gematigd. Verdachte werd veroordeeld tot 450 dagen gevangenisstraf, waarvan 309 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 120 uur. Tevens werden twee telefoons aan verdachte teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 450 dagen gevangenisstraf, waarvan 309 dagen voorwaardelijk, en een werkstraf van 120 uur wegens het vervoeren en aanwezig hebben van circa 925 kg hasjiesj.