ECLI:NL:RBZLY:2008:BD9604

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
29 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
146805 - KG ZA 08-316 - 1
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • J. van der Hulst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 114 RvArt. 119 RvArt. 121 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid dagvaarding en weigering verstek in kort geding over zorgverzekeraars tegen apotheken

In deze zaak vorderen meerdere zorgverzekeraars een kort geding tegen diverse apotheken. De apotheken zijn niet verschenen bij de zitting. De rechtbank onderzoekt of verstek verleend kan worden.

De dagvaarding is op 22 juli 2008 betekend, terwijl de zitting op 29 juli 2008 plaatsvond, waardoor slechts zes dagen tussen betekening en zitting zat. Volgens artikel 114 en Pro 119 Rv is de minimale termijn echter een week, exclusief de dag van betekening en zitting. Hierdoor is de dagvaarding nietig.

Op grond van artikel 121 Rv Pro kan bij nietigheid en afwezigheid van gedaagde geen verstek worden verleend en moet een nieuwe zittingsdatum worden vastgesteld. De rechtbank wijst het verzoek om verstek te verlenen af en bepaalt dat een nieuwe zitting zal plaatsvinden, waarbij de dagvaarding opnieuw zal worden betekend.

Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard en verstek wordt geweigerd; een nieuwe zittingsdatum wordt vastgesteld.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 146805 / KG ZA 08-316
Vonnis in kort geding van 29 juli 2008
in de zaak van
1. de onderlinge waarborgmaatschappij
MENZIS ZORGVERZEKERAAR U.A.,
gevestigd te Zwolle,
2. de onderlinge waarborgmaatschappij
ANDERZORG U.A.,
gevestigd te Zwolle,
3. de naamloze vennootschap
CONFIOR ZORGVERZEKERAAR N.V.,
gevestigd te Zwolle,
4. de naamloze vennootschap
VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V.,
gevestigd te Nijmegen,
5. de naamloze vennootschap
IZZ ZORGVERZEKERAAR N.V.,
gevestigd te Nijmegen,
6. de naamloze vennootschap
TRIAS ZORGVERZEKERAAR N.V.,
gevestigd te Nijmegen,
7. de naamloze vennootschap
UNIVÉ ZORGVERZEKERAAR N.V.,
gevestigd te Zwolle,
8. de naamloze vennootschap
UNIVÉ ZORG ZORGVERZEKERAAR N.V.,
gevestigd te Zwolle,
eiseressen,
procureur mr. M.F.H.M. van Haastert,
advocaat mr. G.R.J. de Groot te Den Haag,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
APOTHEEK [gedaagde sub 1] B.V.,
gevestigd te [woonplaats],
2. [gedaagde sub 1],
wonende te [woonplaats],
3. [gedaagde sub 2],
wonende te [woonplaats],
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
APOTHEEK [gedaagde sub 2] B.V.,
gevestigd te [woonplaats],
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
APOTHEEK [gedaagde sub 2] B.V.,
gevestigd te [woonplaats],
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
APOTHEEK NIEUWLEUSEN B.V.,
gevestigd te Nieuwleusen,
7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
APOTHEEK [gedaagde sub 3] B.V.,
gevestigd te Dalfsen,
8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
APOTHEEK LEMELERVELD B.V.,
gevestigd te Lemelerveld,
9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
APOTHEEK WIJHE B.V.,
gevestigd te Wijhe,
gedaagden,
advocaat mr. A.J.H.W.M. Versteeg te Amsterdam.
niet verschenen.
Partijen zullen hierna Menzis c.s. en Apotheek [gedaagde sub 1 c.s.] genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling
2.1. Apotheek [gedaagde sub 1 c.s.] zijn niet verschenen. Als eerste is de vraag aan de orde of tegen hen verstek dient te worden verleend.
2.2. Uit de in het geding gebrachte stukken en de door Menzis c.s. daarop gegeven toelichting kan het navolgende worden afgeleid:
- op 2 juli heeft 2008 heeft mr. De Groot een conceptdagvaarding aan de griffie gezonden en om bepaling van een zittingsdatum verzocht;
- na (gewijzigde) opgave van verhinderdata van beide partijen is de datum bepaald op 29 juli 2008 te 13.30 uur;
- op 16 juli 2008 heeft mr. De Groot, middels zijn procureur, een gewijzigde conceptdagvaarding aan de rechtbank doen toekomen;
- de dagvaarding is op 22 juli 2008 aan Apotheek [gedaagde sub 1 c.s.] betekend. Op diezelfde dag heeft mr. Versteeg verzocht om aanhouding van het kort geding omdat hij (nog) niet bekend was met de dagvaarding. Dat verzoek is afgewezen.
2.3. Op grond van artikel 114 Rv Pro is de termijn waarbinnen kan worden gedagvaard tenminste een week. Op grond van artikel 119 Rv Pro tellen de dag waarop is betekend en de dag waarop de zitting plaatsvindt niet mee. In het onderhavige geval zijn echter slechts zes dagen verstreken tussen genoemde dagen.
2.4. Dat brengt mee dat de dagvaarding nietig is. Artikel 121 Rv Pro bepaalt dat ingeval van een dergelijke nietigheid sprake is en gedaagden niet zijn verschenen, het verstek niet zal worden verleend en een nieuwe roldatum - lees zittingsdatum - zal worden bepaald.
2.5. Anders dan Menzis c.s. hebben betoogd brengt de aard van de kort geding-procedure in het onderhavige geval niet mee dat aan het geconstateerde gebrek niet de conclusie behoeft te worden verbonden dat de dagvaarding nietig is. Daarbij is van belang dat Menzis c.s. reeds op 2 juli 2008 heeft verzocht om een zittingsdatum en om redenen die in hun risicosfeer liggen, eerst op 22 juli 2008 de dagvaarding hebben doen betekenen. Zij hebben (voorts) geen aanleiding gezien om verkorting van de dagvaardingstermijn te verzoeken. Dat de raadsman van Apotheek [gedaagde sub 1 c.s.] uit anderen hoofde inhoudelijk bekend kon zijn met (vergelijkbare) gronden en vorderingen, leidt niet tot een andere beslissing.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter
3.1. weigert verstek tegen Apotheek [gedaagde sub 1 c.s.] te verlenen;
3.2. bepaalt dat de terechtzitting op nader te bepalen datum zal plaatsvinden;
3.3. beveelt dat de terechtzitting tegen deze nader te bepalen datum door Menzis c.s. bij exploit zal worden aangezegd aan Apotheek [gedaagde sub 1 c.s.];
3.4. houdt overigens iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Hulst en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2008.