ECLI:NL:RBZLY:2008:BE8902

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
25 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
147030 - KG ZA 08-328
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Y. Telenga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:15 BWArt. 121 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid dagvaarding wegens ondeugdelijke betekening door ontbreken domicilie

In deze kortgedingprocedure vordert eiser een uitspraak tegen gedaagde sub 1 en sub 2. De dagvaarding is echter niet aan de gedaagden zelf betekend, maar aan mr. Offermans, die in het verleden als raadsman voor gedaagde sub 1 heeft opgetreden. Mr. Offermans verklaart dat er geen domicilie is gekozen en dat de brief die hij in september 2007 heeft gestuurd slechts betrekking had op toekomstige correspondentie, niet op een domiciliekeuze.

Eiser heeft ter zitting aangevoerd dat hij op basis van deze brief mocht aannemen dat de dagvaarding rechtsgeldig aan mr. Offermans betekend kon worden. De rechtbank stelt echter vast dat eiser voorafgaand aan de betekening niet heeft geverifieerd of dit inderdaad mogelijk was. Volgens artikel 1:15 BW Pro is een domiciliekeuze slechts rechtsgeldig indien schriftelijk overeengekomen, hetgeen hier niet het geval is.

De rechtbank oordeelt dat de dagvaarding daardoor ondeugdelijk is betekend en niet bij de gedaagden bekend is geworden. Dit gebrek leidt tot nietigheid van de dagvaarding op grond van artikel 121 lid 3 Rv Pro. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde nihil worden begroot.

Uitkomst: De dagvaarding wordt nietig verklaard wegens ondeugdelijke betekening en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 147030 / KG ZA 08-328
Vonnis in kort geding van 25 juli 2008
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats],
eiser,
procureur mr. W.P. Maris,
advocaat mr. C.J.P. Liefting te Amstelveen,
tegen
1. [gedaagde sub 1],
wonende te [plaats],
2. [gedaagde sub 2],
wonende te [plaats],
gedaagden,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde sub 1] c.s. genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling d.d. 21 juli 2008.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling
2.1. Ter zitting is mr. Offermans verschenen omdat de dagvaarding aan hem betekend is en niet aan [gedaagde sub 1] c.s. Hij heeft verklaard dat de dagvaarding niet juist is betekend en dat [gedaagde sub 1] c.s. niet bekend zijn geworden met deze procedure. Mr. Offermans heeft erkend in het verleden als raadsman voor [gedaagde sub 1] te hebben opgetreden. In dat verband is door hem in september 2007 aan (de raadsman van) [eiser] een brief gezonden met het verzoek om verdere correspondentie in de smaadzaak die tussen partijen speelt, aan hem te richten en niet meer direct aan [gedaagde sub 1] c.s. In deze procedure heeft hij zich echter niet gesteld voor [gedaagde sub 1] c.s. Volgens mr. Offermans heeft hij enkel voornoemde brief gestuurd en daarna niets meer vernomen van [eiser]. Uit de door hem verzonden brief kan niet worden afgeleid dat [gedaagde sub 1] c.s. aan zijn kantoor domicilie hebben gekozen.
Het in de brief gedane verzoek had enkel betrekking op toekomstige brieven van of namens [eiser] aan [gedaagde sub 1] c.s.
2.2. [eiser] heeft ter zitting naar voren gebracht dat hij op basis van de genoemde brief heeft gemeend de dagvaarding aan mr. Offermans te mogen betekenen, omdat [gedaagde sub 1] c.s. geacht moeten worden daar domicilie te hebben gekozen, althans daar mocht [eiser] vanwege de inhoud van de brief van uit gaan.
2.3. Ter zitting is gebleken dat [eiser], voorafgaand aan de betekening, niet bij mr. Offermans heeft geverifieerd of de dagvaarding rechtsgeldig aan het kantoor van mr. Offermans betekend kon worden in plaats van rechtstreeks aan [gedaagde sub 1] c.s.
2.4. Gelet op het voorgaande kan niet worden aangenomen dat [gedaagde sub 1] c.s. op de voet van art. 1:15 BW Pro domicilie hebben gekozen ten kantore van de in het exploit van dagvaarding genoemde advocaat en procureur mr. Offermans. De meergenoemde brief van mr. Offermans, waarin wordt verzocht verdere correspondentie aan mr. Offermans te richten, is hiervoor naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende. Aan de vereisten van art. 1:15 BW Pro is niet voldaan. Blijkens dit artikel is slechts dan sprake van een rechtsgeldige domiciliekeuze indien dit in een schriftelijk aangegane overeenkomst is vastgelegd. Daarvan is niet gebleken. Dit brengt met zich dat het exploit aan een gebrek lijdt dat nietigheid meebrengt. Immers is het gebrek van dien aard dat aannemelijk is, gelet ook op de verklaring van mr. Offermans, dat het exploit [gedaagde sub 1] c.s. niet heeft bereikt. Dientengevolge dient op grond van art. 121 lid 3 Rv Pro de nietigheid van de dagvaarding te worden uitgesproken.
2.5. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] c.s. worden begroot op:
nihil
3. De beslissing
De voorzieningenrechter
3.1. verklaart de dagvaarding nietig,
3.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 1] c.s. tot op heden begroot op EUR nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y. Telenga en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2008.