ECLI:NL:RBZLY:2008:BF8768

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
2 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07.620292-07
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 OpiumwetArt. 2 Algemene wet op het binnentredenArt. 359a Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens bewijsuitsluiting na onrechtmatige doorzoeking woning

De verdachte werd verdacht van een strafbaar feit waarbij op 29 augustus 2007 een woning werd betreden en telefoons in beslag genomen. De politie trad binnen op grond van artikel 9 van Pro de Opiumwet met een schriftelijke machtiging, maar voerde feitelijk een doorzoeking uit zonder de vereiste machtiging van de rechter-commissaris.

De rechtbank oordeelde dat de doorzoeking onrechtmatig was omdat de bevoegdheid tot doorzoeking niet bij de officier van justitie lag zonder machtiging en er geen dringende noodzaak was om de rechter-commissaris niet af te wachten. Dit vormverzuim was onherstelbaar volgens artikel 359a Sv.

Als gevolg hiervan werd het bewijsmateriaal verkregen door de onrechtmatige doorzoeking uitgesloten. Zonder dit bewijs kon het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend worden bewezen, waardoor de verdachte werd vrijgesproken.

De rechtbank gelastte tevens de teruggave van de inbeslaggenomen telefoons aan de rechthebbende.

De uitspraak benadrukt het fundamentele belang van de machtiging van de rechter-commissaris bij doorzoekingen en de gevolgen van het niet naleven van deze procedurele vereiste.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens bewijsuitsluiting na onrechtmatige doorzoeking zonder rechter-commissarismachtiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD
Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer
Parketnr. : 07.620292-07
Uitspraak: 2 oktober 2008
Vonnis in de zaak van:
het openbaar ministerie
tegen
[verdachte],
[geboortedatum],
[woonplaats].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2008 en 18 september 2008. De verdachte is niet in persoon verschenen en is ter terechtzitting verdedigd door mr. E. Uijt de Boogaardt, advocaat te Emmeloord, die heeft verklaard daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd.
De officier van justitie, mr. H. Harmeijer, heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 70 dagen, met aftrek van voorarrest. Hij heeft voorts gevorderd dat de inbeslaggenomen telefoons worden teruggegeven aan de rechthebbende.
TENLASTELEGGING
De verdachte is ten laste gelegd dat:
(volgt tenlastelegging)
BEWIJS
Op 29 augustus 2007 is er op basis van artikel 9 van Pro de Opiumwet binnengetreden in de woning van verdachte zulks ter inbeslagname. Nu er geen toestemming was van de bewoner tot het binnentreden van de woning is daar op basis van artikel 2 van Pro de Algemene wet op het binnentreden een schriftelijke machtiging voor nodig. Deze machtiging, welke voldoet aan de wettelijke vereisten, bevindt zich in het dossier en het binnentreden was derhalve rechtmatig. Echter, artikel 9 van Pro de Opiumwet omvat niet de bevoegdheid om een doorzoeking (huiszoeking) uit te voeren. Onder doorzoeking wordt verstaan een stelselmatig en gericht onderzoek naar de aanwezigheid van voor inbeslagname vatbare voorwerpen. Blijkens het “Verslag binnentreden woning” is er op 29 augustus 2007 wel sprake geweest van een huiszoeking (doorzoeking). Dit wordt ondersteund door het feit dat gebruik is gemaakt van een drugshond, wat duidt op een stelselmatig en gericht onderzoek.
Tot een doorzoeking is bevoegd de rechter-commissaris. Een (hulp)officier van justitie is daartoe slechts bevoegd indien er sprake is van ontdekking op heterdaad of in geval van verdenking van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, bij dringende noodzakelijkheid en indien het optreden van de rechter-commissaris niet kan worden afgewacht. De (hulp) officier van justitie heeft dan wel een machtiging van de rechter-commissaris nodig.
Dat op 29 augustus 2007 sprake was van een dergelijke dringende noodzakelijkheid en het optreden van de rechter-commissaris niet kon worden afgewacht is niet gebleken. Bovendien was er ook geen machtiging tot doorzoeking afgegeven door de rechter-commissaris.
De rechtbank stelt vast dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, waarvan zij dient te beoordelen of aan dat vormverzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt. De rechtbank overweegt voorts dat het de verdachte is die door de niet-naleving van het voorschrift is getroffen en dat het zijn belang is dat de overtreden norm beoogt te beschermen. Hij was immers de bewoner van het perceel aan de [adres]
De rechtbank neemt in ogenschouw dat het vereiste van een machtiging van de rechter-commissaris tot doorzoeking van een woning van een zo fundamentele betekenis is voor de bevoegdheid van de politie om een dergelijk dwangmiddel toe te passen, dat door hiertoe over te gaan zonder een dergelijke machtiging belangrijke (strafvorderlijke) voorschriften in aanzienlijke mate zijn geschonden. De rechtbank zal het bewijsmateriaal dat door de onrechtmatige doorzoeking is verkregen daarom uitsluiten van het bewijs.
De verdachte dient van het ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat na hetgeen de rechtbank voor het bewijs heeft uitgesloten, dit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Uit die beslissing volgt dat het in beslag genomene moet worden teruggegeven.
BESLISSING
Het ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De rechtbank gelast de teruggave aan de rechthebbende van de inbeslaggenomen goederen te weten twee Nokia telefoons (nummers 3 en 4 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen).
Aldus gewezen door mr. M.A. Wijnands-Veninga, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en A.W.M. van Hoof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 oktober 2008.
Mr. M.A. Wijnands-Veninga voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.