ECLI:NL:RBZLY:2008:BG1021
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H. Meijer
- G.J.J.M. Essink
- S.E. Bins-van Waegeningh
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak brugwachter Ketelbrug wegens onvoldoende bewijs schuld bij dodelijk ongeval
Op 19 september 2007 vond op de Ketelbrug te Swifterbant een ongeval plaats waarbij een personenauto tijdens het openen van de brug in het water raakte, met de dood van de bestuurder tot gevolg. De verdachte, brugwachter in dienst van Rijkswaterstaat, werd beschuldigd van grove schuld en nalatigheid omdat hij de afrijbomen sloot terwijl de auto zich nog op het brugdek bevond en de brugklep opende zonder de auto te zien.
De officier van justitie stelde dat verdachte onvoldoende oplettend was en niet tijdig handelde om het ongeval te voorkomen. De verdediging voerde aan dat de brugwachter handelde volgens gangbare praktijk en dat de zichtbaarheid van de auto door constructie van het bedieningsgebouw en de positie van verdachte beperkt was.
De rechtbank oordeelde dat de norm is dat bij het openen van de brugklep geen verkeer op het brugdek mag zijn, maar dat het scenario waarin de auto achteruit reed nadat de afrijbomen waren gesloten niet kon worden uitgesloten. Hoewel verdachte onoplettend was, was de onachtzaamheid niet van die aard dat sprake was van aanmerkelijke schuld. De combinatie van omstandigheden, waaronder de constructie van het bedieningsgebouw en het marifooncontact, maakte het missen van de auto begrijpelijk.
De rechtbank achtte de schuld niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij. De zaak illustreert de complexiteit van het vaststellen van schuld bij technische en operationele omstandigheden in brugbediening en verkeersveiligheid.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van aanmerkelijke schuld aan de dood van het slachtoffer.