ECLI:NL:RBZLY:2008:BG4007

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
13 augustus 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
144115 - HA ZA 08-458
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J. van der Hulst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 97 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid kantonrechter bij gecombineerde vorderingen in conventie en reconventie

In deze civiele procedure vordert eiser in conventie een bedrag lager dan €5.000, terwijl de vordering in reconventie van gedaagde hoger is dan €5.000. De gedaagde stelt dat de zaak naar de kantonrechter moet worden verwezen. De rechtbank onderzoekt de bevoegdheid en stelt vast dat artikel 97, eerste lid, Rv een regeling biedt voor situaties waarin vorderingen in conventie en reconventie onder verschillende sectoren vallen.

De rechtbank oordeelt dat ondanks de hogere waarde van de reconventionele vordering, de samenhang tussen de vorderingen zodanig is dat gezamenlijke behandeling door de kantonrechter wenselijk is vanuit proceseconomisch oogpunt. Daarom wordt de zaak verwezen naar de sector kanton voor verdere behandeling.

De beslissing over de proceskosten in het incident wordt aangehouden totdat in de hoofdzaak uitspraak wordt gedaan. Partijen worden geïnformeerd over het vervolg van de procedure en dat zij niet verplicht zijn zich door een procureur te laten vertegenwoordigen in de kantonsector.

Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak naar de sector kanton vanwege de samenhang tussen de vorderingen en proceseconomische overwegingen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD
Sector civiel recht, locatie Zwolle
zaaknummer / rolnummer: 144115 / HA ZA 08-458
Vonnis in incident van 13 augustus 2008
in de zaak van
[A],
wonende te [woonplaats],
eiser in conventie in de hoofdzaak,
verweerder in reconventie in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
procureur mr. A. Bouwmeester,
tegen
[B],
wonende te [woonplaats],
gedaagde in conventie in de hoofdzaak,
eiseres in reconventie in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
procureur mr. B. Eskes.
Partijen zullen hierna [A] en [B] genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord, tevens houdende de exceptie van onbevoegdheid, tevens conclusie van eis in reconventie van de zijde van [B],
- de incidentele conclusie van antwoord, tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie van de zijde van [A].
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De beoordeling in het incident
2.1. [B] vordert dat de rechtbank de zaak verwijst naar de sector kanton. [A] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
2.2. Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank dient de onderhavige zaak, gelet op het beloop van de vordering in conventie, verder te worden behandeld en beslist door de sector kanton. Daaraan doet niet af dat de vordering in reconventie van onbepaalde waarde is, zoals door [A] wordt betoogd. Voor het door [A] gesignaleerde geval geeft artikel 97, eerste lid, Rv immers een aanvullende regeling. Indien zowel in conventie als in reconventie louter waardevorderingen zijn ingesteld, waarvan die in conventie tot de bevoegdheid van de sector kanton en die in reconventie tot de bevoegdheid van de sector civiel behoort, mag de rechter die bevoegd is kennis te nemen van de zaak in conventie tevens kennis nemen van de zaak in reconventie, mits voldoende samenhang tussen de vorderingen bestaat. Tussen de beide vorderingen bestaat een zodanige verwantschap dat gezamenlijke behandeling van de vorderingen door één rechter vanuit proceseconomisch standpunt gewenst is. Daarom zal de zaak in conventie en in reconventie worden verwezen naar de sector kanton van deze rechtbank.
2.3. De beslissing omtrent de kosten van het incident wordt aangehouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident
3.1. wijst de vordering toe,
3.2. houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,
in de hoofdzaak
3.3. verwijst de zaak in conventie en in reconventie in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de sector kanton van deze rechtbank, locatie Lelystad op 27 augustus 2008 om 09.30 uur,
3.4. wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren,
3.5. wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een procureur, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,
3.6. wijst partijen erop dat de kantonrechter zal beslissen over de proceskosten in deze procedure, waaronder het vast recht van EUR 254,00, waarvan een bedrag van EUR 190,50 in debet is gesteld, voor [A] en EUR 254,00, waarvan eveneens een bedrag van EUR 190,50 in debet is gesteld, voor [B].
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Hulst en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2008.