ECLI:NL:RBZLY:2008:BG4007
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. van der Hulst
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij gecombineerde vorderingen in conventie en reconventie
In deze civiele procedure vordert eiser in conventie een bedrag lager dan €5.000, terwijl de vordering in reconventie van gedaagde hoger is dan €5.000. De gedaagde stelt dat de zaak naar de kantonrechter moet worden verwezen. De rechtbank onderzoekt de bevoegdheid en stelt vast dat artikel 97, eerste lid, Rv een regeling biedt voor situaties waarin vorderingen in conventie en reconventie onder verschillende sectoren vallen.
De rechtbank oordeelt dat ondanks de hogere waarde van de reconventionele vordering, de samenhang tussen de vorderingen zodanig is dat gezamenlijke behandeling door de kantonrechter wenselijk is vanuit proceseconomisch oogpunt. Daarom wordt de zaak verwezen naar de sector kanton voor verdere behandeling.
De beslissing over de proceskosten in het incident wordt aangehouden totdat in de hoofdzaak uitspraak wordt gedaan. Partijen worden geïnformeerd over het vervolg van de procedure en dat zij niet verplicht zijn zich door een procureur te laten vertegenwoordigen in de kantonsector.
Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak naar de sector kanton vanwege de samenhang tussen de vorderingen en proceseconomische overwegingen.