ECLI:NL:RBZLY:2008:BG4138
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en saneringskosten bodemverontreiniging bij benzinepompstation
In deze zaak staat de aansprakelijkheid en terugbetaling van saneringskosten van bodemverontreiniging rond een benzinepompstation centraal. Shell had in 1994 met Wigwam een overeenkomst gesloten waarin Shell de saneringskosten zou dragen indien Wigwam binnen vijf jaar een exploitabel tankstation aan Shell zou aanbieden. Dit is niet gebeurd, waarna Shell betaling van de saneringskosten vorderde.
Wigwam en aanverwante partijen betwisten de vordering, stellen dat zij aan hun verplichtingen voldeden en voeren verjaring aan. De rechtbank oordeelt dat de verjaring slechts is gestuit voor het bedrag dat Shell in haar brief van 10 juli 2002 heeft gereserveerd, waardoor het beroep op verjaring deels slaagt. De uitleg van de overeenkomst gaat in het voordeel van Shell uit, waarbij Shell mag bepalen of een aanbod aan de voorwaarden voldoet.
De rechtbank wijst de vorderingen tegen Barrel en de bestuurder af wegens gebrek aan schuldoverneming. De aansprakelijkheidsvraag blijft onbeslist omdat Shell onvoldoende onderbouwing gaf. Het beroep op ongerechtvaardigde verrijking faalt voorlopig. De zaak wordt verwezen voor nadere uitlatingen over ongerechtvaardigde verrijking en verdere beslissing aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Shell deels toe tot het bedrag waarvoor verjaring is gestuit en wijst de vorderingen tegen Barrel en de bestuurder af.