ECLI:NL:RBZLY:2008:BG5605
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.M. Schaak
- G.H. Meijer
- C.W. van Weert
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ontucht met minderjarige neef
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige neef in de periode van oktober 2006 tot december 2007. De officier van justitie stelde dat verdachte meermalen de penis, het scrotum en de billen van het slachtoffer had betast en geknepen. Het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer, zijn moeder, medewerkers van een zorgboerderij en een studioverhoor.
De verdediging voerde aan dat er mogelijk andere daders waren, dat het onderzoek zich onterecht uitsluitend op verdachte richtte, en dat de verklaringen van het slachtoffer beïnvloed en inconsistent waren. De rechtbank constateerde dat het slachtoffer zijn verhaal meerdere malen had verteld, waarbij de herinneringen mogelijk beïnvloed waren door gesprekken met familie en begeleiders. Ook waren er inconsistenties tussen de verklaringen tijdens het studioverhoor en eerdere verklaringen.
Gezien deze onzekerheden en het ontbreken van een duidelijke motivering waarom het onderzoek zich uitsluitend op verdachte richtte, oordeelde de rechtbank dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen. De verdachte werd vrijgesproken en de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontucht met minderjarige neef.