ECLI:NL:RBZLY:2008:BG5992
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H. Meijer
- H.M. Schaak
- C.W. van Weert
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontucht met minderjarige stiefdochter
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefdochter, die destijds tussen twaalf en zestien jaar oud was. De officier van justitie vorderde een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar, gebaseerd op de verklaringen van het slachtoffer en ondersteunende getuigenverklaringen.
Tijdens de terechtzitting erkende verdachte seksuele handelingen, maar stelde dat deze pas plaatsvonden nadat het slachtoffer meerderjarig was. De rechtbank onderzocht de bewijsvoering, waaronder verklaringen over seksuele contacten op een camping en een boot, en concludeerde dat deze verklaringen niet eenduidig waren en niet konden bijdragen aan het bewijs van de tenlastegelegde feiten binnen de minderjarige periode.
De verklaring van het slachtoffer was het enige bewijs dat betrekking had op de minderjarige periode, maar dit werd niet ondersteund door ander bewijs. De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden en sprak verdachte vrij. Tevens verklaarde de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontucht met minderjarige stiefdochter.