ECLI:NL:RBZLY:2008:BG6292
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwkolommen in strijd met redelijke eisen van welstand
Verzoekers maakten bezwaar tegen een bouwvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder voor het vergroten van een woning, waaronder twee gemetselde kolommen die het balkon aan de voorzijde ondersteunen. Zij stelden dat deze kolommen in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand en verwezen naar een second opinion van het Gelders Genootschap die het eerdere bouwplan als strijdig beoordeelde.
De voorzieningenrechter constateerde dat het bestemmingsplan geen procedureregels bevatte voor het verlenen van ontheffing, waardoor de algemene regels van artikel 3.6, vijfde lid, Wro van toepassing zijn. Hoewel verweerder niet volledig aan deze procedure had voldaan, hadden verzoekers toch hun zienswijzen kenbaar gemaakt, waardoor geen belangenbeschadiging was opgetreden die schorsing rechtvaardigde.
De voorzieningenrechter vond dat het bestreden besluit ontbeerde aan een afdoende motivering, omdat geen beargumenteerd welstandadvies was uitgebracht. Echter, omdat verweerder tijdens de zitting een advies van de welstandscommissie had aangevraagd dat het motiveringsgebrek in bezwaar kon herstellen en er geen aanwijzingen waren dat dit advies negatief zou zijn, was er geen aanleiding voor een voorlopige voorziening.
Het geschil beperkte zich tot een klein onderdeel van het bouwplan, terwijl de vergunninghouder grote belangen bij de uitvoering had. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwkolommen wordt afgewezen vanwege het ontbreken van belangenbeschadiging en het herstel van het motiveringsgebrek in bezwaar.