ECLI:NL:RBZLY:2008:BG8715

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
13 augustus 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
141953 - HA ZA 08-196
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J. van der Hulst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:95 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot tussenkomst in civiele geldleningszaak ter bescherming van gemeenschapsschuld

In deze civiele procedure vordert eiser betaling van een geldlening van €150.000,- van gedaagde. Een derde partij, [C], verzoekt tussenkomst en voeging aan de zijde van gedaagde, omdat zij een eigen belang heeft bij de uitkomst van de zaak. Zij wil voorkomen dat de vordering van eiser wordt verhaald op de gemeenschapsgoederen, maar slechts op het onverdeelde aandeel van gedaagde.

De rechtbank overweegt dat het niet mogelijk is om zowel tussen te komen als zich te voegen in dezelfde procedure en interpreteert de vordering van [C] als een verzoek tot tussenkomst. Voor tussenkomst is vereist dat de derde partij een belang heeft om benadeling of verlies van een recht te voorkomen. De rechtbank oordeelt dat het belang van [C] voldoende is gegeven, omdat zij wil ingrijpen in de gevolgen van een mogelijke toewijzing van de vordering.

De rechtbank wijst de vordering tot tussenkomst toe en bepaalt dat de zaak op 24 september 2008 wordt voortgezet met de conclusie van eis in de tussenkomst. De beslissing omtrent de kosten van het incident wordt aangehouden totdat in de hoofdzaak wordt beslist.

Uitkomst: De rechtbank staat toe dat de derde partij tussenkomt in de hoofdzaak om haar belangen te beschermen tegen verhaal op gemeenschapsgoederen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 141953 / HA ZA 08-196
Vonnis in incident van 13 augustus 2008
in de zaak van
[A],
wonende te [woonplaats],
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
procureur mr. E.A.M. Claassen,
tegen
[B],
wonende te [woonplaats],
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
niet verschenen,
en
[C],
wonende te [woonplaats],
eiseres in het incident,
procureur mr. G.J. Dommerholt.
Partijen zullen hierna eiser, gedaagde en [C] genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de incidentele conclusie tot tussenkomst en voeging van [C]
- de incidentele conclusie van antwoord van eiser
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De beoordeling in het incident
2.1. [C] vordert dat haar wordt toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen en dat haar wordt toegestaan zich in de hoofdzaak te voegen aan de zijde van gedaagde. [C] wil zich voegen, omdat haar belang meebrengt dat zij zich kan scharen aan de zijde van gedaagde om verweer te voeren tegen de toewijzing van de vordering. [C] wil tussen komen omdat zij een eigen zelfstandige positie tegenover de procederende partijen wenst in te nemen. Eiser voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
2.2. Voorop wordt gesteld dat het niet mogelijk is om in één procedure als partij zowel tussen te komen als zich te voegen aan de zijde van een procespartij. De rechtbank verstaat de vordering van [C] dan ook als een vordering om hetzij tussen te mogen komen, hetzij zich te mogen voegen aan de zijde van gedaagde.
2.3. Voor tussenkomst is vereist dat blijkt van een belang van de derde om benadeling of verlies van een recht te voorkómen. Voor voeging is nodig dat een beslissing ten nadele van de partij aan wier zijde de derde zich wil voegen, tot gevolg dreigt te hebben dat de rechten of rechtspositie van de derde zelf wordt benadeeld.
2.4. In de hoofdzaak heeft eiser gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van een bedrag van EUR 150.000,- in hoofdsom, te vermeerderen met rente en kosten. Eiser heeft zijn vordering gegrond op een tussen eiser en gedaagde gesloten overeenkomst van geldlening.
2.5. Met betrekking tot de vordering tot tussenkomst wordt als volgt overwogen. Het doel van de vordering om tussen te mogen komen is volgens [C] het voorkomen dat, ingeval de rechtbank de vordering van eiser toewijst, deze vordering kan worden verhaald op de goederen van de gemeenschap. [C] wil in de hoofdprocedure dan ook de vordering instellen dat de vordering van eiser niet kan worden uitgewonnen op de goederen van de gemeenschap, doch slechts op het onverdeelde aandeel van gedaagde. [C] betwist niet dat de vordering van eiser jegens gedaagde toewijsbaar is. Zij wil ingrijpen in de gevolgen die toewijzing van de vordering voor haar kunnen hebben.
2.6. Eiser is van mening dat de rechten of de rechtspositie van [C] niet wordt benadeeld, nu in art. 1:95 BW Pro is bepaald dat een gemeenschapsschuld op gemeenschapsgoederen verhaald kan worden. Dit mag zo zijn, maar [C] wil juist tussen komen om te bepleiten dat in dit geval de gemeenschapsgoederen (om verschillende redenen) nu juist niet tot verhaal mogen dienen voor de vordering van eiser. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank het belang van [C] bij tussenkomst in voldoende mate gegeven. De inhoudelijke beoordeling van de argumenten van [C] vindt plaats in de hoofdprocedure.
2.7. Uit het bovenstaande vloeit voort dat het [C] zal worden toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen. De vordering tot voeging kan verder onbesproken blijven.
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident
3.1. staat [C] toe in de hoofdzaak tussen te komen,
3.2. houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.
in de hoofdzaak
3.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 24 september 2008 voor het nemen van de conclusie van eis in de tussenkomst door [C].
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Hulst en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2008.