ECLI:NL:RBZLY:2008:BG8750
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.F. Houthoff
- Rechtspraak.nl
Gemeentelijke invordering dwangsom wegens permanente bewoning recreatiewoning
De gemeente legde aan [eiser] c.s. een last onder dwangsom op wegens permanente bewoning van een recreatiewoning in strijd met het bestemmingsplan. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank vast dat de gemeente terecht handhavend optrad. Vervolgens vaardigde de comptabele van de gemeente een dwangbevel uit tot invordering van de dwangsom, waarop [eiser] c.s. verzet instelden.
De kern van het geschil betrof de bevoegdheid van de comptabele tot invordering, het ontbreken van een hoorplicht bij het dwangbevel, de inhoudelijke grondslag van het dwangbevel, de verjaring van de invordering en de vraag of de permanente bewoning daadwerkelijk had plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde dat de formele onbevoegdheid van de comptabele niet tot nietigheid van het dwangbevel leidt, omdat de materiële bevoegdheid bestond en de comptabele onder de gemandateerde afdeling viel.
Verder stelde de rechtbank vast dat de hoorplicht ex artikel 4:8 Awb Pro niet leidde tot schending van belangen, omdat [eiser] c.s. in eerdere stadia hun zienswijze konden geven. Ook was de grondslag van het dwangbevel voldoende vermeld en was de bevoegdheid tot invordering niet verjaard. Ten slotte achtte de rechtbank de gemeente voorshands geslaagd in het bewijs dat [eiser] c.s. de recreatiewoning na 1 februari 2006 permanent bleven bewonen, maar liet zij [eiser] c.s. toe tegenbewijs te leveren.
Uitkomst: Het dwangbevel tot invordering van de dwangsom is terecht uitgevaardigd, maar eisers krijgen gelegenheid tegenbewijs te leveren over permanente bewoning.