ECLI:NL:RBZLY:2008:BH1255

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
30 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/440227-08
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak zonder strafoplegging wegens mishandeling zonder noodweersituatie

De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde op 30 december 2008 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 300 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Verdachte had het slachtoffer een vuistslag gegeven toen het slachtoffer op de grond lag, wat volgens de rechtbank geen situatie van onmiddellijk dreigend gevaar was. Hierdoor werd het beroep op noodweer verworpen.

De rechtbank achtte bewezen dat verdachte op 6 oktober 2008 in de gemeente Deventer het slachtoffer opzettelijk in het gezicht had gestompt, waardoor letsel en pijn ontstonden. Verdachte werd echter vrijgesproken van andere ten laste gelegde feiten die niet wettig en overtuigend bewezen konden worden.

De raadsman van verdachte voerde aan dat het handelen van verdachte gerechtvaardigd was door noodweer, omdat verdachte zich verdedigde tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Dit verweer werd door de rechtbank afgewezen omdat geen feiten of omstandigheden waren die strafbaarheid zouden uitsluiten.

Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit was gepleegd en de persoon van verdachte. Gezien de eerdere veroordeling van verdachte en de gelijktijdige straf van 18 dagen gevangenisstraf voor een andere zaak, besloot de rechtbank schuldigverklaring uit te spreken zonder strafoplegging, conform artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard voor mishandeling maar vrijgesproken zonder strafoplegging wegens eerdere straf.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD
Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer
Parketnr. : 07.440227-08
Uitspraak: 30 december 2008
Vonnis in de zaak van:
het openbaar ministerie
tegen
[verdachte]
geboren op [geboortejaar]
wonende te [adres]
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 december 2008. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. K. Kok, advocaat te Zwolle.
De officier van justitie, mr. D. van den Berg, heeft ter terechtzitting een vordering geformuleerd gevorderd ter zake van 2 afzonderlijk aangebrachte zaken (niet door de rechtbank gevoegd), te weten de zaken met parketnummers 07.440227-08. en 07.440184-08. De officier van justitie heeft ter zake van deze 2 dagvaardingen gevorderd de veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden, met aftrek van het voorarrest.
TENLASTELEGGING
De verdachte is ten laste gelegd dat:
(volgt tenlastelegging).
BEWIJS
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:
hij op 6 oktober 2008 in de gemeente Deventer opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [naam], in het gezicht heeft gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.
Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.
STRAFBAARHEID
Het bewezene levert op:
mishandeling,
strafbaar gesteld bij artikel 300 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting een beroep gedaan op noodweer en heeft op grond daarvan geconcludeerd tot ontslag van alle rechtsvervolging. Hij heeft ter ondersteuning van dit verweer, kort en zakelijk weergegeven, aangevoerd dat verdachte het feit zou hebben begaan, geboden door de noodzakelijke verdediging van zijn lijf tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, te weten het slaan van verdachte door aangever [naam].
De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.
Blijkens de verklaring van verdachte tegenover de politie afgelegd heeft hij het slachtoffer een vuistslag op zijn gezicht gegeven toen het slachtoffer op de grond lag. In een dusdanige situatie is er geen onmiddellijk dreigend gevaar voor verdachte.
Gelet op het vorenstaande was er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een situatie waarin verdedigend handelen door verdachte was geboden. Aldus wordt het beroep op noodweer verworpen.
De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.
OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL
De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft het slachtoffer een klap in het gezicht gegeven. Verdachte heeft daarmee letsel en pijn veroorzaakt bij het slachtoffer. Volgens de verklaring van het slachtoffer is de verhouding tussen verdachte en het slachtoffer direct na het plegen van het feit hersteld.
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 20 november 2008 waaruit blijkt dat verdachte eenmaal eerder is veroordeeld voor een andersoortig delict.
De officier van justitie heeft voor de onderhavige zaak en een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht een gevangenisstraf van 3 maanden gevorderd.
De rechtbank brengt bij het opleggen van na te melden straf in rekening de straf, te weten 18 dagen gevangenisstraf, die de verdachte bij vonnis van heden - 30 december 2008- van de meervoudige kamer van onderhavige rechtbank, ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, is opgelegd.
Al het vorenstaande in aanmerking nemende, met name gelet op de gevangenisstraf van 18 dagen die in de andere zaak bij vonnis van heden aan verdachte is opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat in de onderhavige zaak dient te worden volstaan met schuldigverklaring zonder strafoplegging.
De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.
Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De rechtbank bepaalt dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
Aldus gewezen door mr. F. Koster, voorzitter, mrs. L.J.C. Hangx en E.M. de Veij Mestdagh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 december 2008.