ECLI:NL:RBZLY:2008:BH2391
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- M. Zomer
- Rechtspraak.nl
Nakoming en opzegging duurovereenkomst tussen projectontwikkelaar en aannemer
NPB Bouwbedrijf B.V. en aannemer [A] B.V. hebben sinds 2001 een samenwerking met duurovereenkomstskarakter. In 2005 en 2006 zijn prijsafspraken gemaakt voor woningbouwprojecten, die later zijn aangepast. In 2008 ontstond onenigheid over prijsverhogingen en nakoming van afspraken, waarna [A] de samenwerking opzegt per 1 juli 2008.
NPB vordert nakoming van diverse verplichtingen uit jaarafspraken, samenwerkingsovereenkomsten en aannemingsovereenkomsten, met dwangsommen bij niet-nakoming. [A] vordert onder meer bankgaranties, betaling van een prijsverhoging en beperking van opdrachten. De voorzieningenrechter kwalificeert de rechtsverhouding als duurovereenkomst en erkent de opzegging door [A].
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen van NPB onder A tot en met E onvoldoende bepaalbaar zijn en wijst deze af. De vorderingen onder F, G en H worden gedeeltelijk toegewezen met matiging van dwangsommen. De vordering om een toeslag van 10% op facturen te verbieden wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. De vordering van [A] tot bankgaranties en betaling van een voorschot wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.
De opzegtermijn van twee weken is te kort, een termijn van drie maanden wordt redelijk geacht. De duurovereenkomst eindigt derhalve op 17 september 2008. De proceskosten worden deels gecompenseerd, waarbij [A] wordt veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van NPB.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst enkele vorderingen van NPB toe en wijst andere af wegens onvoldoende bepaalbaarheid en spoedeisend belang; de opzegging door [A] wordt geaccepteerd met een redelijke opzegtermijn.