ECLI:NL:RBZLY:2008:BH2404
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tijdelijke ontruiming zoon uit eigen woning door moeder
De moeder, 75 jaar oud, vordert in kort geding dat haar zoon, eigenaar van de woning, tijdelijk de woning verlaat zodat zij in alle rust vervangende woonruimte kan zoeken. De zoon woont sinds 2003 in de woning die hij toen van zijn vader kocht, waarbij was afgesproken dat de ouders bij hem zouden blijven wonen. Na het overlijden van de vader in 2005 is de relatie tussen moeder en zoon ernstig verstoord geraakt, waardoor moeder de woning in mei 2008 heeft verlaten.
Moeder stelt mishandeld te zijn door haar zoon en dat zij haar huidige tijdelijke woning in een onveilige buurt te klein vindt. Zij wil maximaal zes maanden in de woning verblijven om geschikte woonruimte te vinden. De zoon voert aan dat hij eigenaar is en dat moeder geen spoedeisend belang heeft, omdat zij eenvoudig andere woonruimte kan vinden. Tevens wijst hij op zijn toelating tot een schuldsaneringsregeling, waarbij het verlaten van de woning ernstige financiële consequenties kan hebben.
De voorzieningenrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat moeder enkel door toedoen van zoon de woning heeft moeten verlaten en dat zij de situatie geestelijk niet aankan. Ook is niet aannemelijk dat zij niet binnen een redelijke termijn geschikte woonruimte zal vinden. Het belang van moeder om tijdelijk in de woning te verblijven weegt niet op tegen het belang van zoon om in zijn woning te blijven en zijn schuldsanering niet te riskeren.
De vorderingen van moeder worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot tijdelijke ontruiming van de zoon uit zijn eigen woning wordt afgewezen.