ECLI:NL:RBZLY:2008:BH3365
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens niet aannemelijke onrechtmatige concurrentie na beëindiging arbeidsovereenkomst
Sweet Paradise Merchandising B.V. vordert in kort geding dat de arbeidsovereenkomst van een voormalig werknemer, [A], bij [gedaagde sub 1] wordt beëindigd en dat onrechtmatige gedragingen, waaronder het ronselen van werknemers en klanten, worden gestaakt. Sweet Paradise stelt dat [gedaagde sub 1] c.s. profiteren van wanprestatie van [A] en [B], die beiden een concurrentiebeding hadden bij Sweet Paradise.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang voldoende is aangetoond, maar dat Sweet Paradise onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van onrechtmatig handelen door [gedaagde sub 1] c.s. Er is onvoldoende bewijs dat [gedaagde sub 1] c.s. zich specifiek hebben gericht op klanten van Sweet Paradise om deze weg te kapen met behulp van vertrouwelijke informatie of dat er sprake is van substantiële omzetschade.
De rechtbank benadrukt dat het in dienst nemen van een werknemer die gebonden is aan een concurrentiebeding niet zonder meer onrechtmatig is, tenzij bijzondere omstandigheden aannemelijk worden gemaakt. Sweet Paradise heeft niet overtuigend kunnen aantonen dat dergelijke omstandigheden aanwezig zijn. De vorderingen worden daarom afgewezen en Sweet Paradise wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vorderingen van Sweet Paradise worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatige concurrentie; Sweet Paradise wordt veroordeeld in de proceskosten.