ECLI:NL:RBZLY:2008:BH5668
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- J.W.F. Houthoff
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag wegens onvoldoende vrees voor verduistering
Eiseressen, drie besloten vennootschappen, vorderen opheffing van conservatoir beslag dat door gedaagde is gelegd op aandelen die zij houden. Gedaagde stelt dat er een vrees bestaat dat eiseressen goederen zullen verduisteren, mede vanwege een geschil over een bedrag van circa EUR 180.000,- dat onrechtmatig zou zijn overgemaakt.
De rechtbank overweegt dat voor opheffing van beslag onder meer sprake kan zijn indien de vrees voor verduistering onvoldoende aannemelijk is gemaakt. Gedaagde heeft aangevoerd dat eiseressen niet hebben ingegrepen bij vermeende misstanden en dat de reputatie van een betrokken persoon discutabel is, maar heeft geen concrete feiten of omstandigheden gesteld die de vrees voor verduistering toerekenbaar maken aan eiseressen.
De rechtbank constateert dat gedaagde zelf geen initiatief heeft genomen om problemen aan te pakken en dat eiseressen slechts voor 50% aandeelhouder zijn, waarbij gedaagde niet is verschenen op aandeelhoudersvergaderingen. Hierdoor acht de voorzieningenrechter de vrees voor verduistering ongegrond en beveelt opheffing van het beslag.
Daarnaast wordt een dwangsom opgelegd voor het geval gedaagde niet binnen twee dagen het beslag opheft en wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van eiseressen. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op aandelen wordt opgeheven wegens onvoldoende aannemelijke vrees voor verduistering.