ECLI:NL:RBZLY:2008:BH5717
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot zekerheidstelling proceskosten wegens toepasselijkheid internationaal verdrag
In deze civiele procedure vorderden AFD, ALC en DITG dat LIA, een Oekraïense vennootschap, zekerheid zou stellen voor de proceskosten door middel van een bankgarantie van ten minste EUR 17.000. LIA verweerde zich met een beroep op artikel 17 lid 1 van Pro het Verdrag betreffende de Burgerlijke Rechtsvordering, dat zekerheidstelling verbiedt voor onderdanen van verdragsluitende staten die in een andere verdragsstaat zijn gedomicilieerd.
De rechtbank stelde vast dat Oekraïne partij is bij het Verdrag en dat LIA als in Oekraïne gevestigde vennootschap onderdaan is in de zin van het Verdrag. Op grond van artikel 224 lid 2 sub a Rv Pro, dat uitzonderingen op de zekerheidstelling regelt, en het genoemde artikel 17 lid 1 van Pro het Verdrag, oordeelde de rechtbank dat LIA niet gehouden is zekerheid te stellen.
De vordering tot zekerheidstelling werd daarom afgewezen. Daarnaast werden AFD, ALC en DITG veroordeeld in de proceskosten van het incident, elk tot een bedrag van EUR 384. De zaak werd geschorst en op 28 juli 2008 opnieuw op de rol gezet voor conclusie van antwoord.
Uitkomst: De vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten door LIA werd afgewezen wegens toepassing van artikel 17 lid 1 van het Verdrag betreffende de Burgerlijke Rechtsvordering.