ECLI:NL:RBZLY:2008:BI1944
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing schade door gemiste beroepsmogelijkheid tegen intrekking WAO-uitkering
Eiser vordert hoofdelijke veroordeling van de Stichting en een daaraan verbonden persoon tot betaling van een bedrag en doorbetaling van zijn WAO-uitkering, omdat zij nalieten tijdig beroep in te stellen tegen de definitieve intrekking van zijn WAO-uitkering per 30 augustus 2006.
De Stichting en de persoon verbonden aan de Stichting voeren verweer dat zij niet verantwoordelijk zijn, dat de opdracht niet zag op het instellen van beroep en dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft aangetoond dat een beroep kans van slagen had en dat hij onvoldoende feiten heeft gesteld over de hypothetische situatie zonder de gestelde beroepsfout.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek om nadere onderbouwing van de schade niet kan worden gehonoreerd omdat dit in strijd is met de goede procesorde en leidt tot onredelijke vertraging en extra kosten. Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten en nakosten.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de gestelde schade door het niet instellen van beroep.