ECLI:NL:RBZLY:2009:BH5775
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen kapvergunning Amerikaanse eik op kindgraf
Eisers, familieleden van een overleden kind, maakten bezwaar tegen de door het college van burgemeester en wethouders van Staphorst verleende kapvergunning voor een Amerikaanse eik op het kindgraf op de algemene begraafplaats. De boom veroorzaakte volgens belanghebbenden overlast en schade aan naastgelegen graven. De gemeente verleende de vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), die het kappen van houtopstand zonder vergunning verbiedt.
De rechtbank stelde vast dat geen van de in artikel 4.3.3a van de APV genoemde weigeringsgronden, zoals natuurwaarde of cultuurhistorische waarde, aan de orde waren. Hierdoor was het college niet bevoegd de vergunning te weigeren. De rechtbank oordeelde dat emotionele belangen van partijen niet in de belangenafweging konden worden betrokken, omdat het wettelijk kader dit niet toestaat en deze belangen niet tegen elkaar afgewogen kunnen worden.
Hoewel verweerder verwees naar gemeentelijke beleidsregels zoals de Beheersverordening en het Uitvoeringsbesluit, achtte de rechtbank deze niet relevant voor de rechtmatigheid van het besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard, mede omdat het college een voorschrift stelde dat de stobbe één meter boven de grond moest worden afgezaagd, wat eisers enige ruimte bood voor een passend grafmonument.
Uitkomst: Het beroep tegen de kapvergunning voor de Amerikaanse eik op het kindgraf wordt ongegrond verklaard.