ECLI:NL:RBZLY:2009:BH7745
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid werknemer wegens onjuiste naamsvermelding ex-werkgever in arbeidszaak
In deze arbeidszaak heeft de werknemer een procedure aangespannen tegen zijn voormalige werkgever, waarbij hij de werkgever onder haar handelsnaam heeft gedagvaard in plaats van onder de statutaire naam. De ex-werkgever, die onder de handelsnaam handelt, betwistte de ontvankelijkheid van de werknemer primair vanwege deze onjuiste naamsvermelding en stelde subsidiair verweer en een tegenvordering in.
De werknemer heeft niet om rectificatie van de naam gevraagd, maar verzocht om doorhaling van de procedure vanwege de onjuiste naamsvermelding. De kantonrechter overwoog dat rectificatie mogelijk was geweest omdat de wederpartij de bedoelde partij was en niet benadeeld zou worden. Door het uitblijven van een rectificatieverzoek en het eenzijdige verzoek tot doorhaling, dat volgens artikel 246 Rv Pro slechts in bepaalde gevallen mogelijk is, werd de procedure tussen werknemer en ex-werkgever ter rolle doorgehaald.
Daarnaast werd een derde partij, die onder de handelsnaam van de ex-werkgever handelt, niet-ontvankelijk verklaard in haar tegenvordering omdat zij niet als partij was toegelaten en niet had tussengekomen volgens artikel 217 Rv Pro. De kantonrechter wees de vorderingen af en bepaalde dat de procedure tussen werknemer en ex-werkgever werd doorgehaald, waarmee de zaak werd beëindigd.
Uitkomst: De procedure tussen werknemer en werkgever wordt doorgehaald en de tegenvordering van de derde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.