ECLI:NL:RBZLY:2009:BH7745

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
17 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
428685
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 136 RvArt. 217 RvArt. 246 RvHR 14 december 2007, NJ 2008, 10
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid werknemer wegens onjuiste naamsvermelding ex-werkgever in arbeidszaak

In deze arbeidszaak heeft de werknemer een procedure aangespannen tegen zijn voormalige werkgever, waarbij hij de werkgever onder haar handelsnaam heeft gedagvaard in plaats van onder de statutaire naam. De ex-werkgever, die onder de handelsnaam handelt, betwistte de ontvankelijkheid van de werknemer primair vanwege deze onjuiste naamsvermelding en stelde subsidiair verweer en een tegenvordering in.

De werknemer heeft niet om rectificatie van de naam gevraagd, maar verzocht om doorhaling van de procedure vanwege de onjuiste naamsvermelding. De kantonrechter overwoog dat rectificatie mogelijk was geweest omdat de wederpartij de bedoelde partij was en niet benadeeld zou worden. Door het uitblijven van een rectificatieverzoek en het eenzijdige verzoek tot doorhaling, dat volgens artikel 246 Rv Pro slechts in bepaalde gevallen mogelijk is, werd de procedure tussen werknemer en ex-werkgever ter rolle doorgehaald.

Daarnaast werd een derde partij, die onder de handelsnaam van de ex-werkgever handelt, niet-ontvankelijk verklaard in haar tegenvordering omdat zij niet als partij was toegelaten en niet had tussengekomen volgens artikel 217 Rv Pro. De kantonrechter wees de vorderingen af en bepaalde dat de procedure tussen werknemer en ex-werkgever werd doorgehaald, waarmee de zaak werd beëindigd.

Uitkomst: De procedure tussen werknemer en werkgever wordt doorgehaald en de tegenvordering van de derde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD
sector kanton – locatie Zwolle
zaaknr.: 428685 CV 08-7975
datum : 17 maart 2009
Vonnis in de zaak van:
[EISENDE PARTIJ],
wonende te [woonplaats],
eisende partij, verder te noemen: ‘[eisende partij]’,
gemachtigde mw. mr. M.K. Lautenbach, verbonden aan Stichting Univé Rechtshulp te Assen,
tegen
de besloten vennootschap [GEDAAGDE PARTIJ],
gevestigd te [vestigingsplaats],
gedaagde partij, verder te noemen: ‘[GEDAAGDE PARTIJ]’
niet verschenen.
De procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het aan [GEDAAGDE PARTIJ] uitgebrachte exploot van dagvaarding d.d. 7 november 2008,
- het antwoord van de besloten vennootschap [T] Detacheringen B.V. die handelt onder de naam ‘[GEDAAGDE PARTIJ] Gespecialiseerde Overheidsdiensten’, verder te noemen: ‘[T]’, en de door haar ingestelde eis in reconventie,
- de brief d.d. 12 februari 2009 waarbij [eisende partij] verzoekt om doorhaling van de procedure ter rolle,
- de brief d.d. 17 februari 2009 waarbij van de zijde van [T] toestemming voor doorhaling wordt verleend onder de voorwaarde dat [eisende partij] in de kosten van de procedure wordt veroordeeld en
- de brief d.d. 19 februari 2009 waarbij [eisende partij] uiteenzet dat dezelfde vordering als tegen [gedaagde partij] aanhangig gemaakt, bij de kantonrechter te Utrecht tegen [T] zal worden aangespannen.
Het geschil
in conventie
De vordering van [eisende partij] strekt ertoe samengevat dat [gedaagde partij] wordt veroordeeld tot betaling van bedragen aan niet-genoten vakantiedagen, aan een ten onrechte inhouding op salaris, aan wettelijke verhoging, aan buitengerechtelijke kosten en aan wettelijke rente, met veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten.
Van de zijde van [T] is primair de niet-ontvankelijkheid van [eisende partij] bepleit, subsidiair de afwijzing van diens vordering, onder diens veroordeling in de proceskosten.
in reconventie
De vordering van [T] strekt ertoe dat [eisende partij] wegens overtreding van het tussen partijen geldende non-concurrentiebeding wordt veroordeeld tot de betalingen van € 5.000,00, te vermeerderen met € 500,00 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt en te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van [eisende partij] in de proceskosten.
De beoordeling
in conventie en in reconventie
1.
De kantonrechter stelt vast dat [eisende partij] heeft beoogd met [gedaagde partij] zijn tot 1 mei 2008 geldende werkgever te dagvaarden. Vervolgens is niet [gedaagde partij] doch [T] verschenen, welke vennootschap heeft aangevoerd dat [gedaagde partij] niet haar statutaire naam doch haar handelsnaam betreft. Uit het door [T] genomen processtuk blijkt dat zij erkent dat [eisende partij] tot 1 mei 2008 bij haar in dienst is geweest en dat zij als de - toenmalige - werkgever van [eisende partij] heeft te gelden. Verder blijkt uit dit processtuk dat [T] stelt [eisende partij] vergeefs heeft verzocht om met betrekking tot de door hem gebruikte partijnaam tot een rectificatie te komen.
2.
Gelet op het voorgaande had het voor de hand gelegen dat [eisende partij] vervolgens niet om een doorhaling ter rolle doch om een rectificatie in de aanduiding van de gedaagde partij had verzocht. Volgens vaste rechtspraak (o.m. HR 14 december 2007, NJ 2008, 10) is het mogelijk om een vergissing in de aanduiding van de eiser dan wel gedaagde te rectificeren, indien de vergissing voor de wederpartij kenbaar is, de wederpartij door de vergissing en rectificatie niet wordt benadeeld en indien de rectificatie tijdig geschiedt.
3.
In dit geval staat vast dat er geen twijfel bestaat dat [eisende partij] met [gedaagde partij] het oog had op [T]. Voorts geldt dat het exploot van dagvaarding is uitgebracht op het adres alwaar [T] kantoor houdt. Het is ook [T] die verschenen is op de aan [gedaagde partij] uitgebrachte dagvaarding, waaruit volgt dat het voor haar kenbaar was dat [eisende partij] de bedoeling had haar te dagvaarden. [T] heeft voorts omstandig verweer tegen de door [eisende partij] ingestelde vorderingen gevoerd en van haar kant tegen [eisende partij] een vordering ingesteld. Met een en ander kan bezwaarlijk worden volgehouden dat [T] met een rectificatie in haar belangen zou worden geschaad.
4.
[eisende partij] heeft echter niet op de voorgeschreven wijze om rectificatie verzocht doch om een doorhaling van de procedure ter rolle, buiten welk verzoek de kantonrechter niet kan treden.
5.
Ingevolge het bepaalde in artikel 246 Rv Pro is doorhaling op eenzijdig verzoek niet mogelijk, tenzij er geen andere partij (meer) is, zoals bij verstek of in geval van het staken van de strijd.
6.
In dit geval is - naar [eisende partij] volgens zijn brieven van 12 en 19 februari 2009 erkent - sprake van een gedagvaarde vennootschap die met de daarvoor gebruikte naam als zodanig niet bestaat. Om een rectificatie van de voor gedaagde geduide naam is niet verzocht. Onder die omstandigheid kan niet tot de conclusie worden gekomen dat een niet bestaande rechtspersoon (desondanks) door of via een optreden van [T], een bestaande rechtspersoon, geacht kan worden te zijn verschenen. Het eenzijdig verzoek van [eisende partij] tot doorhaling van de zaak op de rol zal dan ook worden ingewilligd.
7.
Anders dan door [T] is betoogd, is voor inwilliging van zo’n verzoek geen voorwaarde dat er overeenstemming bestaat over een regeling ten aanzien van de proceskosten. De wettelijke regeling omtrent doorhaling ter rolle laat zulks immers over aan partijen.
8.
Overigens geldt - nog daargelaten dat kan worden betwijfeld of [T] aanspraak kan maken op proceskosten - dat door het gestelde in [eisende partij]s brief van 19 februari 2009 in voldoende mate aannemelijk is dat hij opnieuw tot dagvaarding zal overgaan - van [T], volgens partijen de (toenmalige) werkgeefster van [eisende partij] - dat de advocaat van [T] (eveneens) in de nieuwe procedure zal gaan optreden en aldus de werkzaamheden ten behoeve van de in deze procedure opgestelde conclusie van antwoord tevens eis in reconventie in die nieuwe procedure kan benutten. Gelet hierop en voorts bij gebreke van een specificatie van het gevorderde bedrag aan proceskosten, moet de kantonrechter de eventuele schade bij [T] wegens nodeloze kosten naar redelijkheid op nihil schatten.
9.
Gelet op wat in overweging 6. is weergegeven en op het bepaalde in artikel 136 Rv Pro kan [T] niet worden ontvangen in haar eis in reconventie. [T] heeft door het uitblijven van voormelde rectificatie en de bepleite niet-ontvankelijkheid van de tegen [GEDAAGDE PARTIJ] ingestelde vorderingen van [eisende partij], immers als een derde te gelden. [T] had, om haar eigen vordering in te kunnen stellen, in de procedure moeten tussenkomen als bedoeld in artikel 217 Rv Pro. Dit heeft zij niet gedaan.
10.
Gelet op het voorgaande zal worden beslist als volgt.
De beslissing
De kantonrechter:
in conventie
- haalt de procedure tussen [eisende partij] en [GEDAAGDE PARTIJ] ter rolle door;
in reconventie
- verklaart [T] als in deze procedure aan te merken derde niet-ontvankelijk in haar vorderingen jegens [eisende partij].
Aldus gewezen door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 17 maart 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.