ECLI:NL:RBZLY:2009:BH9949

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
3 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/015924-96
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 509o SvArt. 38d SrArt. 38e SrArt. 346 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over verlenging terbeschikkingstelling na vormverzuim in advies psycholoog

Betrokkene is ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege sinds 1997. Het openbaar ministerie vordert verlenging van de TBS-termijn met twee jaar. Er zijn rapporten en adviezen van gedragsdeskundigen overgelegd, waaronder een gezamenlijk advies van een psycholoog en een psychiater.

De raadsman van betrokkene voert aan dat het advies van de psycholoog niet voldoet aan artikel 509o Sv omdat geen zelfstandig onderzoek heeft plaatsgevonden. De rechtbank oordeelt dat dit vormverzuim aanwezig is en dat het advies daardoor niet aan de wettelijke eisen voldoet. Hoewel dit in beginsel tot niet-ontvankelijkheid van het OM kan leiden, ziet de rechtbank geen bewuste belangenverstrengeling.

De rechtbank besluit daarom het onderzoek te hervatten en te schorsen tot de zitting van de meervoudige kamer op 20 april 2009. Tevens wordt de officier van justitie opgedragen een nieuw onafhankelijk psychologisch rapport op te laten stellen om een onafhankelijke toetsing van de verlenging mogelijk te maken.

Uitkomst: De rechtbank schorst het onderzoek en beveelt een nieuw onafhankelijk psychologisch rapport voor de beslissing over verlenging TBS.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD
Sector Strafrecht - Strafraadkamer
Parketnr. : 07.015924-96
Uitspraak : 3 maart 2009
Beslissing op de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de termijn, gedurende welke:
[verdachte]
geboren op [geboortejaar]
thans verblijvende in de [adres]
ter beschikking is gesteld teneinde van overheidswege te worden verpleegd.
Betrokkene is bij vonnis van deze rechtbank d.d. 18 februari 1997 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, van welke terbeschikkingstelling de termijn is ingegaan op 5 maart 1997. Deze terbeschikkingstelling is laatstelijk verlengd bij beschikking van deze rechtbank d.d. 09 mei 2009 en eindigt behoudens nadere voorziening op 5 maart 2009.
Het openbaar ministerie heeft op 19 januari 2009 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met twee jaar. Bij die vordering zijn de door de wet voorgeschreven stukken overgelegd.
Betrokkene, bijgestaan door mr. R.S. van den Berg, advocaat te Deventer, en de officier van justitie, mr. J.P. Scheffer, zijn op 17 februari 2009 in raadkamer in het openbaar gehoord.
Tevens is als getuige-deskundige gehoord dhr. R.E. Pieters, klinisch psychiater en behandelcoördinator aan de Van Mesdagkliniek.
Op 23 december 2008 is door K. Koster (GZ-psycholoog en behandelcoördinator) en E.A.M. Kouwert (psychiater, Zorginhoudelijk manager Instroom), namens dhr. H.J. Beintema (Psychiater, directeur behandelzaken Mesdagkliniek) rapport en advies uitgebracht omtrent de eventuele verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling. Geadviseerd is om de terbeschikkingstelling met 2 jaar te verlengen.
Voorts is, nu het openbaar ministerie een verlenging vordert waardoor de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van (een veelvoud van) zes jaar te boven gaat, op 11 december 2008 door G. de Bruijn (klinisch psycholoog/psychotherapeut) en op 7 december 2008 door F.P.J. van Soeren (psychiater) rapport en advies uitgebracht.
De officier van justitie heeft in raadkamer gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met 2 jaar.
Betrokkene heeft in raadkamer verklaard bezwaar te maken tegen verlenging van de terbeschikkingstelling omdat hij van mening is dat de terbeschikkingstelling dient te worden beëindigd omdat hij geen gevaar meer vormt voor de maatschappij, omgeving en familie. Het gaat beter met hem en hij heeft geen psychoses meer.
Voorts is aangevoerd dat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen, omdat het advies van voornoemde De Bruijn niet voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld in artikel 509o van het Wetboek van Strafvordering.
OVERWEGINGEN
De rechtbank is bij de beraadslaging in raadkamer tot het oordeel gekomen dat de raadsman terecht heeft aangevoerd dat uit het rapport van psychiater F.P.J. van Soeren valt op te maken dat de onafhankelijke rapporteur G. de Bruijn (psycholoog) het reeds op 6 december 2008 met Van Soeren eens was over diagnose en advies, nog voordat hij betrokkene zelfstandig heeft onderzocht. Hoewel in het vierde lid van artikel 509o van het Wetboek van Strafvordering is bepaald dat het onafhankelijke advies van twee gedragsdeskundigen een gezamenlijk advies kan betreffen, dienen de gedragdeskundigen de betrokkene wel zelfstandig te onderzoeken. (zie lid 4, tweede volzin van artikel 509o Sv, en Hof Arnhem (penitentiaire kamer) 22 januari 2001, NJ 2001/484).
De rechtbank is van oordeel dat op zijn minst de schijn aanwezig is dat aan het advies van psycholoog de Bruijn niet een zelfstandig onderzoek is voorafgegaan, waardoor dit advies niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Hoewel een dergelijk vormverzuim in beginsel zou kunnen leiden tot een niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, is de rechtbank van oordeel dat daarvoor onder de gegeven omstandigheden geen aanleiding bestaat, nu niet gebleken is van een welbewuste schending van belangen van betrokkene. De rechtbank acht het wel van belang dat voor een beslissing over de verlenging van de TBS alsnog een tweede onafhankelijk gedragskundig advies van een psycholoog wordt opgemaakt, teneinde een onafhankelijke toetsing mogelijk te maken.
De rechtbank zal op grond van het vorenstaande, gelet op de artikelen 38d en 38e Wetboek van strafrecht en artikel 346 van Pro het Wetboek van Strafvordering beslissen als hierna te melden.
BESLISSING
De rechtbank hervat het onderzoek en schorst dit terstond voor bepaalde tijd tot de zitting van deze meervoudige kamer van maandag 20 april 2009 te 12.00 uur, met opdracht aan de officier van justitie om betrokkene en diens raadsman tegen voornoemde zitting op te roepen.
De rechtbank stelt de stukken wederom in handen van de officier van justitie, teneinde een nieuw onafhankelijk en onbevooroordeeld psychologisch rapport op te (laten) stellen ten aanzien van betrokkene.
Aldus gegeven door mr. F. Koster voorzitter, mr. R.A.M. Elbers en mr. E.M. de Veij Mestdagh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.M.A.T. van der Geest als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2009.
Mr. R.A.M. Elbers voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.