ECLI:NL:RBZLY:2009:BI0002
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Handhaving non-concurrentiebeding na beëindiging arbeidsovereenkomst met matiging boete mogelijk
De zaak betreft een geschil over de geldigheid en handhaving van een non-concurrentiebeding tussen een werkgever actief in de plastische chirurgie en een ex-werknemer die overstapte naar een directe concurrent. De arbeidsovereenkomst was voor één jaar gesloten en bevatte een non-concurrentie- en geheimhoudingsbeding.
De ex-werknemer diende zijn ontslag in met onmiddellijke ingang en trad vervolgens in dienst bij een concurrent, waarmee hij het beding schond. De werkgever vorderde handhaving van het beding en betaling van een boete. De rechtbank oordeelde dat het beding rechtsgeldig is en dat de werknemer het beding heeft overtreden door werkzaamheden te verrichten voor de concurrent binnen Nederland.
De kantonrechter stelde vast dat de werkgever belang heeft bij handhaving van het beding vanwege de vertrouwelijke bedrijfsinformatie waarover de werknemer beschikte. Echter, gezien de korte duur van het dienstverband en de beperkte klantbinding, werd de duur van het beding teruggebracht tot vier maanden na het einde van het dienstverband.
De werknemer mocht zijn beroep op matiging van de boete nader onderbouwen, met name over zijn inkomens- en vermogenspositie. De rechtbank constateerde dat de werknemer geen objectieve reden had voor ontslag en dat hij zich bewust was van het overtreden van het beding. De zaak werd aangehouden voor nadere behandeling van de matigingsvraag.
Uitkomst: Het non-concurrentiebeding is rechtsgeldig en wordt gehandhaafd met een duurbeperking tot vier maanden; de werknemer mag zijn beroep op matiging van de boete nader onderbouwen.