ECLI:NL:RBZLY:2009:BI1319
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.M. van Hoof
- J.P.C. Obbink
- W.F. Roelink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontucht met minderjarige leerling
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde de zaak van een docent die werd beschuldigd van ontucht met een minderjarige leerling in de periode van december 2006 tot augustus 2007. De officier van justitie stelde dat verdachte seksuele handelingen had verricht met het slachtoffer, gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer en e-mailcorrespondentie.
Verdachte ontkende de seksuele handelingen, erkende wel onprofessioneel gedrag en persoonlijke contacten, waaronder zoenen. Het vermeende slachtoffer veranderde haar verklaringen in de loop van het onderzoek, wat de betrouwbaarheid van haar verhaal beïnvloedde. De rechtbank constateerde dat er geen direct bewijs was voor de seksuele handelingen, noch dat er sprake was van afhankelijkheid of dwang.
Gezien de tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van aanvullend bewijs, oordeelde de rechtbank dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde ontucht.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende en betrouwbaar bewijs bij strafzaken over ontucht, zeker wanneer de verklaringen van partijen uiteenlopen en er geen aanvullend bewijs is.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontucht met minderjarige leerling.