ECLI:NL:RBZLY:2009:BI1905
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsvordering koop-/aannemingsovereenkomst in kort geding
Partijen sloten op 12 oktober 2007 een koop-/aannemingsovereenkomst waarbij BAM Vastgoed B.V. een perceel grond met daarop in aanbouw zijnde opstallen verkocht aan eiser en mede-eiseres, die BAM opdracht gaven de opstal te bouwen conform technische omschrijving.
Eiser vorderde in kort geding ontbinding van de overeenkomst op grond van artikel 7:756 BW Pro, subsidiair op grond van artikel 22 lid 2 van Pro de algemene voorwaarden, vanwege vermeende gebreken en wijzigingen door BAM zonder overleg. BAM verweerde zich met het standpunt dat ontbinding in kort geding niet kan worden uitgesproken en verwees naar arbitrageclausules in de overeenkomst.
De voorzieningenrechter oordeelde dat ontbinding op grond van artikel 7:756 BW Pro niet in kort geding kan worden uitgesproken omdat aan kortgedingbeslissingen geen gezag van gewijsde toekomt. Daarnaast was onvoldoende bewijs geleverd om met voldoende zekerheid te kunnen aannemen dat de bodemrechter tot ontbinding zou komen. Ook de overige vorderingen tot terugbetaling, schadevergoeding en herstel werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en onbepaaldheid.
De vordering tot schadevergoeding wegens te late oplevering werd eveneens afgewezen omdat niet aannemelijk was dat BAM toerekenbaar tekortgeschoten was, mede omdat eiser onvoldoende had gemotiveerd dat hij aan oplevering meewerkte. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van BAM, begroot op EUR 1.166,00.
Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding en schadevergoeding worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.