ECLI:NL:RBZLY:2009:BI1941
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij vordering advocaat tot betaling declaratie onder toepasselijkheid WTBZ
In deze civiele procedure vordert advocatenkantoor Nysingh betaling van declaraties van ruim 33.000 euro van [A], die betwist dat hij contractspartij is en stelt dat de Wet tarieven in burgerlijke zaken (WTBZ) van toepassing is, waardoor de rechtbank zich onbevoegd zou moeten verklaren. [A] voert aan dat de declaraties niet in verhouding staan tot de werkzaamheden en dat de opdrachtgevers van Nysingh hierover meerdere malen hebben gereclameerd.
De rechtbank oordeelt dat het geschil niet ziet op de hoogte van de declaraties, maar op de vraag of [A] contractspartij is. De WTBZ is daarom niet van toepassing en de rechtbank is bevoegd het geschil in zijn volle omvang te beoordelen. De stelling dat Nysingh onvoldoende inzicht heeft gegeven in de declaraties wordt verworpen omdat de opdrachtbevestiging en algemene voorwaarden zijn overgelegd en er redelijkerwijs van gespecificeerdheid mag worden uitgegaan.
Het incident tot onbevoegdheid wordt afgewezen. De rechtbank bepaalt dat de hoofdzaak zal worden voortgezet met een comparitie op een nader te bepalen datum. De beslissing omtrent de kosten van het incident wordt aangehouden tot de hoofdzaak is beslist.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het incident tot onbevoegdheid af.