ECLI:NL:RBZLY:2009:BI6156
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Zomer
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke veroordeling vennoten voor onbetaalde juridische facturen en verjaring
De zaak betreft een vordering van een besloten vennootschap tegen de vennoten van een vennootschap onder firma voor betaling van onbetaalde juridische facturen uit 2000 en 2001. De vennootschap was failliet verklaard en de vennoten hadden een schuldsaneringsregeling met schone lei gekregen. De eiseres verzocht de rechtbank om de schone lei in te trekken op grond van artikel 358a lid 1 Faillissementswet, wat werd toegewezen.
De gedaagden voerden verjaring aan van de vordering omdat na verificatie in het faillissement geen stuitingshandeling had plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot intrekking van de schone lei een stuitingshandeling is, waardoor de verjaring is gestuit en de vordering niet verjaard is. De rechtbank wees de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af wegens onvoldoende onderbouwing.
De vordering uit onrechtmatige daad tegen een van de vennoten werd afgewezen omdat onvoldoende concreet was gesteld welk onrechtmatig handelen aan de vordering ten grondslag lag en omdat het handelen dat tot intrekking van de schone lei leidde niet als onrechtmatige daad jegens een individuele schuldeiser kan worden aangemerkt.
De rechtbank veroordeelde de vennoten hoofdelijk tot betaling van EUR 10.499,89 plus wettelijke rente en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vennoten worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van EUR 10.499,89 met rente en proceskosten, vordering buitengerechtelijke kosten afgewezen.