ECLI:NL:RBZLY:2009:BI7296
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid assurantietussenpersoon voor onderverzekering brandpand
De eiser is eigenaar van een bedrijfspand dat in 1994 via een assurantietussenpersoon bij een verzekeraar tegen brandschade is verzekerd. Na een brand in 2005 bleek het pand onderverzekerd, omdat de verzekerde herbouwwaarde lager was dan de werkelijke waarde. De eiser stelde de tussenpersoon aansprakelijk wegens tekortschieten in de zorgplicht, omdat deze onvoldoende had toegezien op de juiste vaststelling en periodieke toetsing van de herbouwwaarde.
De tussenpersoon voerde verweer dat hij de eiser had geadviseerd tot taxatie en dat de eiser zelf nalatig was geweest, maar de rechtbank verwierp dit. De zorgplicht van de tussenpersoon vereist dat hij waakt over de belangen van de verzekeringnemer en periodiek de verzekerde som toetst, ook bij indexering. De tussenpersoon had niet voldaan aan deze zorgplicht, onder meer doordat geen taxatie had plaatsgevonden en hij onvoldoende had gewaarschuwd.
De rechtbank stelde vast dat er een causaal verband bestaat tussen het tekortschieten van de tussenpersoon en de geleden schade. Eigen schuld van de eiser werd niet aangenomen, mede omdat hij onvoldoende kennis van verzekeringsrecht had. Het voordeel dat de eiser had genoten door het niet betalen van hogere premies werd deels in mindering gebracht. De tussenpersoon werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €20.757,78 plus wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De assurantietussenpersoon wordt veroordeeld tot betaling van €20.757,78 schadevergoeding plus wettelijke rente en proceskosten wegens tekortschieten in de zorgplicht.