ECLI:NL:RBZLY:2009:BI7308
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling salaris en huurpenningen na derdenbeslag
De eiser legde op 2 maart 2007 executoriaal derdenbeslag onder gedaagde voor vorderingen uit acht dwangbevelen tegen [A]. Gedaagde werd verzocht een verklaring af te leggen conform artikel 476a Rv, maar de rechtbank oordeelde dat de door gedaagde afgelegde verklaringen niet aan de wettelijke eisen voldeden.
De kern van het geschil betrof de vraag of gedaagde haar verplichtingen uit artikel 476a Rv was nagekomen en welk bedrag zij aan salaris en huurpenningen aan eiser verschuldigd was. De rechtbank stelde vast dat gedaagde aan eiser € 23.496,57 aan netto salaris over maart 2007 tot en met januari 2009 verschuldigd was, vermeerderd met € 1.021,59 netto per maand vanaf februari 2009.
Daarnaast werd vastgesteld dat gedaagde € 65.579,60 aan huurpenningen verschuldigd was voor een onroerende zaak te Zwolle, vermeerderd met € 3.025,20 per maand vanaf februari 2009, en € 39.951,00 aan huurpenningen voor een tweede pand, vermeerderd met € 1.737,00 per maand vanaf februari 2009. De rechtbank wees de vordering tot betaling van beslagkosten af, omdat het beslag niet ten laste van gedaagde was gelegd.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van deze bedragen aan eiser, met wettelijke rente vanaf de verschuldigde data, en in de proceskosten ten laste van gedaagde. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van salaris en huurpenningen aan eiser met wettelijke rente en proceskosten.