ECLI:NL:RBZLY:2009:BI8505
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- G. Mannoury
- Rechtspraak.nl
Weigering procedeerverbod tegen Canadese rechtsvorderingen wegens onvoldoende onrechtmatigheid
Polmar Engineering B.V. vordert in kort geding dat Technomarine Engineering B.V., DMI Europe B.V., Young & Cunningham Canada Inc. en Algoma Central Corporation Inc. wordt verboden om rechtsvorderingen tegen haar in Canada aanhangig te maken. Dit verband houdt met een gereviseerde zuigerkop en schade aan de motor van het vrachtschip M.V. Algoville.
Polmar stelt dat het instellen van deze vorderingen onrechtmatig is en neerkomt op misbruik van procesrecht, omdat de belangen van de gedaagden bij procederen in Canada onevenredig zijn ten opzichte van haar belang om niet in Canada te moeten procederen. Zij wijst op de hoge kosten, de afstand, het onbekende Canadese procesrecht en de late betrokkenheid in de procedure.
De rechtbank overweegt dat een procedeerverbod mogelijk is indien sprake is van onrechtmatig handelen, maar dat het recht op vrije toegang tot de rechter een fundamenteel recht is dat slechts terughoudend kan worden beperkt. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat de belangen van gedaagden bij het instellen van de vorderingen in Canada niet futiel zijn en dat er geen sprake is van een wanverhouding die misbruik van bevoegdheid oplevert.
De rechtbank acht het aannemelijk dat de schadeclaim van circa CAN$ 5.000.000 niet onaannemelijk is en dat het belang van gedaagden om in Canada te procederen zwaarwegend is. De bezwaren van Polmar tegen het Canadese procesrecht en de kosten wegen niet zwaarder dan de belangen van gedaagden. Daarom wijst de rechtbank de vorderingen van Polmar af en veroordeelt haar in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank weigert het procedeerverbod en veroordeelt Polmar in de proceskosten.